Spring naar content
Naar alle interventies

De Life Goals Aanpak

Met de interventie Life Goals worden mensen in een kwetsbare situatie die daardoor in mindere mate kunnen participeren in onze samenleving, via sport toegeleid naar meer maatschappelijke participatie. Samen met lokale sport- en zorgorganisaties geeft Stichting Life Goals Nederland (SLGN) vorm aan sportprogramma’s voor mensen in een kwetsbare positie. Essentieel voor het Life Goals programma zijn: een lokale Life Goals coördinator, de Life Goals methodiek zelf en landelijke ondersteuning en verbinding. De coördinator is de ‘spin in het web’ en zorgt voor de uitvoering van de interventie, die rust op vier pijlers: de Maatschappelijk Sportcoaches (MSC’s) die wekelijks sportactiviteiten verzorgen, de Life Goals Monitor, Life Goals Sessies en Life Goals Festivals.

Aard

Het probleem waar Stichting Life Goals Nederland op inspeelt is de beperkte participatie in de samenleving van kwetsbare groepen. Volgens Schuyt (1995) hebben kwetsbare groepen onvoldoende hulpbronnen om op eigen kracht bepaalde moeilijkheden en tegenslagen te overwinnen en om hun leven vorm te geven op de manier die zij wensen. Zij ervaren vaak een laag zelfvertrouwen, hebben beperkte sociale vaardigheden en geen sociaal netwerk meer. Deze burgers ervaren vaak op meerdere levensdomeinen problemen. Hun kwetsbaarheid maakt dat zij meer kans hebben om niet volledig en naar eigen behoefte te participeren in de maatschappij.

Ernst

In 2015 had 20% van de Nederlandse bevolking een kwetsbaarheid (Bijl, 2015). Dit is een combinatie van cijfers over mensen die een laag inkomen hebben, laagopgeleid zijn, een arbeid-gerelateerde uitkering hebben en in een slechte gezondheid verkeren. In 2019 komen de volgende cijfers naar voren: 21% van de Nederlanders is laagopgeleid, 6% heeft een laag inkomen, 3,5% is werkloos en 3% ervaart een slechte gezondheid (Wennekers, 2019). Het aantal Nederlanders met een kwetsbaarheid in 2019 lijkt dus vergelijkbaar met 2015. Cijfers over dak- en thuislozen en meldingen van verward gedrag suggereren een stijging van het aantal zeer kwetsbare mensen in Nederland: het aantal daklozen steeg van 31.000 in 2015 naar 39.300 in 2018 (CBS, 2019) en het aantal verwarde mensen steeg van 54.000 in 2015 naar 61.000 in 2016 (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2019). Mensen met een kwetsbaarheid (laagopgeleiden) sporten veel minder vaak dan anderen, dat verschilt 30% (Wennekers, 2019).

Spreiding

De spreiding van mensen met een kwetsbaarheid is niet duidelijk terug te leiden. Wel zijn bepaalde doelgroepen in bepaalde delen van het land oververtegenwoordigd:

  • Van alle geregistreerde daklozen bevindt 37% zich in de vier grootste steden (G4) (CBS, 2019). Dit betekent dat daar de problemen zeer groot zijn. Tegelijkertijd geeft dit aan dat ook veel andere gemeenten in het land te kampen hebben met daklozen.
  • Werkloosheid is het grootst in de krimpgebieden, zoals Zeeland, Groningen en Friesland (CBS, 2019).
  • In de regio’s Friesland, Hollands Midden, IJsselland en Kennemerland ervaart meer dan 78% van de bevolking zijn of haar gezondheid als (zeer) goed. Het minst positief over hun gezondheid is de bevolking in Zuid-Limburg (69,5%) (CBS, 2019).

Wat iemand kwetsbaar maakt, is niet in elke regio hetzelfde. Het is wel duidelijk dat overal in Nederland mensen met een kwetsbaarheid leven volgens definitie van Schuyt (1995) en ondersteuning nodig hebben bij het maatschappelijk participeren.

De interventie Life Goals richt zich op (jong)volwassenen (16+) die problemen ervaren op meerdere leefdomeinen zoals wonen, werken en sociale contacten.

Voorbeelden van doelgroepen van Life Goals zijn: dak- en thuislozen, vluchtelingen/statushouders, verslaafden, zwerfjongeren, tienermoeders, ex- gedetineerden en verwarde personen. In deze beschrijving gebruiken we ‘kwetsbare volwassenen’ om de gehele doelgroep van LG aan te duiden.

Er is geen intermediaire doelgroep.

Hoofddoel

Het doel van de interventie Life Goals is dat deelnemers over voldoende sociale vaardigheden, zelfvertrouwen en sociale contacten beschikken om, zelfstandig of met ondersteuning, naar behoefte te participeren in de samenleving.

Subdoel

De subdoelen vloeien voort uit kernwaarden uit de sport die belangrijk zijn voor maatschappelijke participatie. Deze kernwaarden zijn sociale waarde, persoonlijke waarde, emotionele waarde en fysieke waarde. Hieronder de subdoelstellingen van de interventie Life Goals.

Sociale waarde

  • Deelnemers zijn is staat om proactief samen te werken met andere deelnemers.
  • Deelnemers beschikken over positieve verbale en non-verbale communicatievaardigheden.
  • Deelnemers zijn in staat respectvol om te gaan met de coach en andere deelnemers.
  • Deelnemers zijn in staat om een sociaal netwerk op te bouwen.
  • Deelnemers zijn in staat bovengenoemde vaardigheden ook te gebruiken buiten de sport.

Persoonlijke waarde

  • Deelnemers hebben een positief en realistisch zelfbeeld.
  • Deelnemers zijn in staat realistische persoonlijke doelen te stellen, zowel in de sport als in hun leven buiten de sport.
  • Deelnemers kunnen bij een tegenslag doorzetten om het gestelde doel toch te behalen.

Emotionele waarde

  • Deelnemers zijn in staat hun emoties te reguleren en positief in te zetten.
  • Deelnemers leren positief in het leven te staan.
  • Deelnemers kunnen bovenstaande vaardigheden ook inzetten in hun leven buiten de sport.

Fysieke waarde

  • Deelnemers voelen zich gezond.
  • Deelnemers zijn fysiek fit genoeg om een actief leven te leiden.

Opzet van de interventie

Voorbereidingsfase

Als een Life Goals programma lokaal is geïmplementeerd (zie implementatie, hoofdstuk 2), bereiden de Maatschappelijk Sportcoaches (MSC’s) voorafgaand aan de start van een Life Goals programma de wekelijkse sportactiviteit voor. De coördinator en MSC’s werven in samenwerking met aangesloten zorgorganisaties de deelnemers. De werving vindt daarna doorlopend plaats.

Uitvoeringsfase

Zodra de sportactiviteit is voorbereid en deelnemers zijn geworven, bestaat een Life Goals programma uit vier pijlers/activiteiten.

  1. Wekelijkse sportactiviteit(en)
  2. De Life Goals monitor
  3. De Life Goals festivals
  4. De Life Goals sessies (optioneel)

De eerste pijler bestaat uit wekelijkse sportactiviteiten, georganiseerd door MSC’s. Er zijn per deelnemer een of twee sportactiviteiten in de week. Binnen een programma komt dit neer op een tot twaalf sportactiviteiten. Na elke sportactiviteit is er een gezamenlijk ‘koffiemomentje’ waar coaches ook het gesprek kunnen aangaan met hun deelnemers over de transfer van geleerde vaardigheden naar andere leefdomeinen buiten de sport.

De tweede pijler is de Life Goals monitor: MSC’s voeren na elke training de monitor in om de persoonlijke ontwikkeling van deelnemers in kaart te brengen. Daarnaast vullen deelnemer en Maatschappelijk Sportcoach tweemaal per jaar een uitgebreide vragenlijst in die de ontwikkeling van de deelnemer in kaart brengt. Vervolgens plannen coaches een gesprek in met deelnemers om de uitkomsten van de vragenlijst te bespreken. Deze reflectie en de vertaling naar wekelijkse interactie maken dat er stappen kunnen worden gezet.

De derde pijler omvat de Life Goals festivals. Teams gaan vier keer per jaar meedoen aan de LG Festivals. Dit zijn grote landelijke sporttoernooien die Life Goals Nederland organiseert.

Tot slot de vierde pijler: de Life Goals sessies. Dit is optioneel, maar SLGN beveelt deze sessies sterk aan. In de LG sessies bespreekt de MSC met de deelnemers aan de hand van zes thema’s de transfer van vaardigheden van sport naar het dagelijks leven.

Duur

Er is geen vaste doorlooptijd voor deelnemers. MSC’s sturen echter wel op uitstroom als deelnemers voldoende stappen in hun participatie maken, dat wil zeggen: zodra ze (onbetaald) werk (met ondersteuning) doen of hier klaar voor zijn. De tijd die iemand daarvoor nodig heeft, verschilt. Er is dus een constante in- en uitstroom. Een maximale doorlooptijd is er niet, omdat sommige deelnemers altijd ondersteuning nodig hebben om niet terug te vallen in hun mate van participatie. Een grote groep stroomt echter na negen tot twaalf maanden uit.

Voor de uitstroom gaan lokale Life Goals programma’s de samenwerking aan met lokale organisaties, zoals sportverenigingen of maatschappelijke organisaties.

(zie: schema Life Goals Methodiek in het werkblad)

Locaties en Uitvoering

Een Life Goals programma wordt bij voorkeur op de accommodatie van een sportvereniging uitgevoerd. Als dit niet mogelijk is, kan de interventie ook in een sportzaal of park uitgevoerd worden.

Omdat er in een coalitie wordt samengewerkt, hoeft de organisatie die de accommodatie openstelt, niet per se de interventie uit te voeren. Bij de meeste programma’s is de coördinator in dienst van het lokale sportbedrijf of de sportserviceorganisatie (de uitvoerende organisatie van het sportbeleid van een gemeente). Hiermee heeft de coördinator een onafhankelijke positie tussen de verschillende zorg- en welzijnsorganisaties die onderdeel van de coalitie zijn. De MSC kan in dienst zijn van ditzelfde sportbedrijf/de sportserviceorganisatie (bijvoorbeeld een buurtsportcoach) maar kan ook afkomstig zijn van een betrokken zorg-/welzijnsorganisatie of sportvereniging.

Qua zorginstellingen kunnen alle instellingen die een rol spelen voor onze doelgroep een rol spelen in de coalitie. De meest voorkomende organisaties zijn de Maatschappelijke Opvang, vormen van begeleid wonen, verslavingszorg, AZC’s (Asielzoekerscentra), DJI’s (Dienst Justitiële Inrichtingen) en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz).

De lokale implementatie krijgt vorm tijdens de opleiding voor coördinatoren en is uitgewerkt in het handboek dat zij krijgen. Zie ‘Inhoud van interventie’ in hoofdstuk 1. De lokale coördinator concretiseert de implementatie in het lokale plan van aanpak. SLGN begeleidt dit proces.

Een organisatie die met Life Goals aan de slag gaat zorgt allereerst voor een persoon binnen de organisatie die opgeleid wordt tot lokale coördinator. Hij of zij volgt vier dagen een opleiding en start simultaan de implementatie en voorbereiding van de uitvoering (zie hoofdstuk 1).

Deze lokale coördinator staat aan de basis van een LG programma. Als naslagwerk krijgt de coördinator een handboek bij de start van de opleiding. In de opleidingsfase gaat de lokale coördinator aan de slag met:

  • Het vormen van een lokale coalitie
    Coördinatoren gaan lokaal aan de slag met een stakeholderanalyse en het creëren van draagvlak. Dit is de basis voor een coalitie tussen lokale zorg- en sportorganisaties en gemeente. Zie figuur 3 als voorbeeld. De partners stellen gezamenlijk een convenant op waarin de samenwerking wordt geformaliseerd.
  • Opstellen projectplan

Om tot een goed projectplan te komen, maken coördinatoren een probleemanalyse en voeren een behoefteonderzoek onder potentiële deelnemers uit. Op basis hiervan en met inbreng van de coalitiepartners beschrijft de coördinator de doelen, resultaten en het type (sport)activiteiten in het projectplan.

  • Werven MSC’s

De coördinatoren gaan op zoek mogelijke lokale coaches. Deze zoeken zij vaak bij aangesloten zorginstellingen, sportverenigingen of bij hun eigen organisatie. Deze mensen worden in de volgende fase opgeleid tot MSC.

  • Communicatiestrategie

Coördinatoren gaan ontwikkelen een communicatiestrategie om lokaal aandacht en zichtbaarheid te creëren.

  • Financiering

Coördinatoren stellen een begroting op en gaan waar nodig op zoek naar (aanvullende) financiering bij fondsen en subsidiegevers.

Opleiding Maatschappelijk Sportcoach: De geworven coaches vanuit zorg, sport of de eigen organisatie worden in vier dagen opgeleid tot Maatschappelijk Sportcoach. Ze leren hier om te gaan met de doelgroep, laagdrempelig sport aan te bieden en in te spelen op persoonlijke ontwikkeling van hun deelnemers.

De implementatie en opleiding tot lokale coördinator loopt parallel met de uitvoering van de voorbereiding. Elke lesdag bespreken de coördinatoren en SLGN de voortgang en brengen coördinatoren hun leervragen in. Coördinatoren maken kennis met de praktijk door bij bestaande LG programma’s op werkbezoek te gaan. Als de implementatie is afgerond kan het uitvoerende deel van het lokale LG programma van start, omdat dan vaak ook al de sportactiviteit is voorbereid en deelnemers zijn geworven.

Zie tabel in het werkbak

1. Handboek voor coördinatoren; dit wordt tijdens de opleiding voor coördinator aangeboden en behandeld. Hierin wordt de Life Goals aanpak toegelicht en staat praktische informatie over het schrijven van een plan van aanpak.

2. Handboek voor Maatschappelijk Sportcoaches; deze wordt tijdens de cursus voor Maatschappelijk Sportcoaches aangeboden en behandeld. Hierin wordt de Life Goals aanpak toegelicht en wordt duidelijk wat er van de MSC wordt verwacht. Verder staat hierin theoretische en praktische kennis over het toepassen van sport als participatiemiddel.

3. Handboek met Life Goals Sessies; dit wordt tijdens de opleiding Maatschappelijk Sportcoaches aangeboden en behandeld. Er staan verschillende werkvormen in.

4. Monitor in de vorm van een webapp; deze is toegankelijk voor de coördinator en de MSC’s en wordt waar mogelijk op maat gemaakt.

5.Tweejaarlijkse rapportages; deze worden gemaakt door SLGN op basis van de data uit de monitor.

6.Communicatiemateriaal; dit maakt SLGN op maat in de LG huisstijl. Dit zijn bijvoorbeeld een logo, flyers, presentaties en factsheets van de resultaten.

7. Kleding; zowel de coördinatoren als de MSC’s krijgen Life Goals sportkleding die zij dragen als zij het LG programma vertegenwoordigen. Daarnaast krijgen de programma’s de mogelijkheid om voor een gereduceerde prijs teamkleding te bestellen via SLGN, wat zorgt voor een sterk groepsgevoel.

Belangrijke documenten

Uitgebreide beschrijving (pdf)

Contactpersonen

Beoordeling / erkenning

  • Goed beschreven
Dit is een erkende interventie