Spring naar content
Naar alle interventies

Elke stap telt

Elke stap telt’ is een laagdrempelig wandeltrainingsprogramma voor 55-plussers waarbij het opbouwen van de conditie en het stimuleren van sociale contacten centraal staan. De interventie richt zich vooral op de niet-actieve, minder actieve ouderen. Zowel 55-plussers met als 55-plussers zonder chronische aandoening of beperking kunnen deelnemen aan Elke Stap Telt.

Na afloop van de interventie hebben de deelnemers een actievere leefstijl door wekelijkse beweegactiviteiten zoals wandelen uit te voeren en hebben zij tijdens de interventie één of meerdere nieuwe sociale contacten opgedaan waarmee ze wekelijks samen kunnen wandelen.

Daarnaast zijn de deelnemers, na de interventie, doorgestroomd naar een wekelijks regulier aanbod in de buurt waardoor zij een actieve leefstijl behouden. In 2015 heeft 96% aangegeven door te blijven wandelen na de interventie. In 2019 was dit toegenomen tot 100% waarvan 87% door te willen wandelen in de huidige groep.

Nederland telde in 2020 bijna 3,4 miljoen ouderen (65-plussers). Dit is 19,5% van de totale bevolking (CBS, 2020). Ook wordt er verwacht dat het aantal 65-plussers de komende jaren nog meer zal toenemen: in 2041 zullen het er 4,7 miljoen zijn. Tot 2060 zal dit aantal wel blijven schommelen. Daarnaast is er ook sprake van ‘dubbele vergrijzing’. In de doelgroep ouderen neemt het deel 80-plussers toe omdat de mens over het algemeen ouder wordt.

Een andere ontwikkeling die we zien, is dat wandelen veruit de populairste vrijetijdsactiviteit is. 65-plussers maken de meeste recreatieve wandelingen per persoon per jaar. Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het tegen gaan van eenzaamheid (Dellas & Stuij, 2021). Daarnaast is het zo dat de gezondheidswinst het grootst is voor mensen die van inactiviteit (de instappers bij Elke stap Telt) naar enige beweging gaan (Allesoversport, 2019). Voordelen zijn:

  • Verbetering bloedcirculatie, ademhaling, spieren gewrichten en botten;
  • Verbetering loopsnelheid;
  • Stimulering van de stofwisseling en heeft een positief invloed op het gewicht;
  • Verhoging van de weerstand en helpt op stress te verminderen.

Daarnaast is het zo dat de mensen die het minst actief zijn over het algemeen het grootste risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Ook voor mensen met een chronische aandoening is wandelen een middel (met eventueel inzetten van een stappenteller) om een actieve leefstijl te stimuleren (Chronisch Zorgnet, 2021).

De interventie is geschikt voor alle 55-plussers. Echter is na het uitvoeren van meerdere Elke stap Telt groepen in de afgelopen jaren gebleken dat we ons steeds meer gaan richten op 65-plussers. Na de eerste jaren, waar groepen bijzonder gemêleerd waren als het ging om instapniveau en aandoeningen, zijn vervolgprojecten meer gericht op kwetsbare senioren. Kwetsbaar vanwege chronische aandoeningen, sedentair gedrag en soms het ontbreken van sociaal contact. De actieve senioren uit de eerste projecten zijn veelal benaderd als beweegbuddy of wandelmaatje, om het bij hen aanwezige wandelvirus over te brengen op de doelgroep 65-plus met geen of weinig wandelervaring (en met eventueel beperkt door chronische aandoeningen).

Vrijwilligers; zij worden ook wel ‘buddy’s’ of ‘wandelmaatjes’ genoemd. Dit zijn actieve senioren die de deelnemers begeleiden tijdens de wekelijkse wandelingen en groepsbijeenkomsten en die de deelnemers motiveren om het trainingsprogramma vol te houden en af te maken. Hiervoor hebben zij een scholing gevolgd die uit verschillende onderdelen bestaat: voorlichting over de inhoud van het project, afname van de wandeltest, werking van de stappenteller, motiverende gespreksvoering en monitoring/evaluatie. De scholing wordt gegeven door SportZeeland.

Lokale coördinatoren vanuit sport- of welzijnsorganisaties; zij zijn verantwoordelijk voor de lokale coördinatie van de interventie. Naast het werven en aansturen van de vrijwilligers, hebben de lokale coördinatoren ook contact met de deelnemers. Zij verzorgen tijdens de werving een voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële deelnemers en zijn tijdens de interventie wekelijks aanwezig bij de groepsbijeenkomsten. Ook coördineren zij de wandeltest. De lokale coördinatoren hebben dezelfde scholing als de vrijwilligers gevolgd met daarbij extra uitleg over de inhoud en organisatie van het programma.

Thuiszorg- en zorginstellingen; er wordt samenwerking gezocht met thuiszorg- en zorginstellingen om ouderen en voornamelijk kwetsbare ouderen te bereiken. In de voorgaande jaren waarin dit voornamelijk activiteitenbegeleiders. De afgelopen jaren zien we een verschuiving waarbij de activiteitenbegeleider ook de rol van de buurtsportcoach heeft. Zij werken dan gedeeltelijk vanuit een zorg- of wijkcentrum. Er is zodoende een combinatie ontstaan tussen gemeente/buurtsportcoach en de zorg- en wijkinstellingen. Ook deze intermediaire doelgroep heeft contact met de deelnemers door wekelijkse bij de groepsbijeenkomsten aanwezig te zijn. De scholing, zoals hierboven beschreven, hebben zij ook gevolgd.

Hoofddoel

Na afloop van de interventie hebben de deelnemers een actievere leefstijl door wekelijkse beweegactiviteiten zoals wandelen uit te voeren en hebben zij tijdens de interventie één of meerdere nieuwe sociale contacten opgedaan waarmee ze wekelijks samen kunnen wandelen.

Daarnaast zijn de deelnemers, na de interventie, doorgestroomd naar een wekelijks regulier aanbod in de buurt waardoor zij een actieve leefstijl behouden. In de praktijk zien we dat nieuwe wandelgroepen ontstaan. Wel is er meer aandacht vanuit de organisatorische kant om deelnemers aan te laten haken bij bestaande structuren. In de praktijk blijkt dit af en toe lastig te zijn en zien we dat er nieuwe wandelgroepen ontstaan.

Subdoel

  • De deelnemers hebben na afloop kennis over het nut en belang van een actieve leefstijl.
  • De deelnemers hebben kennis over verschillende gezondheidsonderwerpen, zoals gezonde voeding, actieve leefstijl, juiste wandeluitrusting, depressie en eenzaamheid.
  • De deelnemers hebben kennis over chronische aandoeningen en hoe hiermee om te gaan.
  • De deelnemers kennen het belang van het opbouwen van fysieke activiteit.
  • De deelnemers hebben hun conditie verbeterd, dit is terug te zien op de score van de eindwandeltest ten opzichte van de beginwandeltest.
  • De deelnemers hebben het wandelen geïntegreerd in het dagelijks leven. De interventie Elke Stap Telt levert een bijdrage aan meer bewegen, zoals omschreven is in het advies van de Gezondheidsraad (2017).
  • De deelnemers hebben nieuwe sociale contacten opgedaan tijdens de groepsbijeenkomsten.
  • De deelnemers weten welke mogelijkheden tot vervolg beweegaanbod er zijn in de eigen regio.
  • De vrijwilligers zijn op basis van de scholing die ze hebben gevolgd in staat andere ouderen positief te motiveren en te begeleiden.
  • De lokale coördinatoren zijn in staat deelnemers te werven en de wandeltest te coördineren.
  • Medewerkers die actief zijn binnen de thuiszorg- en zorginstellingen (activiteitenbegeleider of buurtsportcoach) zijn op basis van de scholing die ze hebben gevolgd in staat andere ouderen positief te motiveren en te begeleiden.

Opzet van de interventie

Fase 0: Aanvragen interventie (1 maand))

  • De aangestelde coördinator vanuit de gemeente neemt contact op met de interventie eigenaar om te starten met ‘Elke stap Telt’.

Fase 1: Voorbereidingsfase (1 tot 2 maanden)

  • Scholing lokale coördinatoren. Deze scholing neemt ongeveer 1,5 dagdeel in beslag. Hieraan zijn kosten verbonden.
  • Werven vrijwilligers.
  • Scholing vrijwilligers. Deze scholing neemt ongeveer één dagdeel in beslag.
  • Plannen en organiseren van het programma (wandelingen, inclusief de informatiebijeenkomsten). – Werven deelnemers (maximaal 15 per groep).
  • Voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële deelnemers.

Fase 2: Uitvoering programma

Startmoment (2 uur)

  • Deelnemers informeren over het trainingsprogramma (eenmalig 30 minuten).
  • Deelnemers instructie geven over het gebruik van de stappenteller (eenmalig 15 minuten).
  • Afname van de wandeltest en invullen van het formulier ‘Hoe ziet mijn week eruit’ om te bepalen of de deelnemer al dan niet een instapper is. Zowel instappers als niet-instappers mogen deelnemen. (De wandeltest duurt zes minuten. Op basis van de resultaten wordt er een berekening gemaakt en wordt de stappenteller ingesteld. Dit gebeurt eenmalig en duurt in totaal 45 minuten).
  • Deelnemers worden geïnformeerd over de persoonlijke opbouwplannen en krijgen hun eerste opbouwplan (wandelschema) mee naar huis (30 minuten). Aan de hand van het opbouwplan werkt iedere deelnemer op zijn/haar eigen niveau aan het onderhouden of verbeteren van de conditie. Er staan weekprogramma’s in beschreven, waarmee als de deelnemers die volgt, de deelnemer op een wetenschappelijk onderbouwde manier de conditie verbeterd.

Wandeltrainingsprogramma (10 weken)

  • 10 groepsbijeenkomsten van 2 uur waarbij de deelnemers hun nieuwe opbouwplan ontvangen, samen koffiedrinken, informatie krijgen over gezondheid gerelateerde onderwerpen en gezamenlijk een wandeling maken. De gezamenlijke wandeling duurt gemiddeld 1 uur. Voor het volgen van het opbouwplan wandelen de deelnemers dagelijks met af en toe een rustdag. De afstand van deze wandelingen is afhankelijk van het niveau waar de deelnemer zich bevindt. –
  • Na 5 weken in kaart brengen hoeveel deelnemers op schema lopen.

Slotmoment (2 uur)

  • Eenmalige bijeenkomst van 2 uur waarbij de wandeltest nogmaals wordt afgenomen en wordt vergeleken met de test aan het begin van het trainingsprogramma.
  • In kaart brengen of de deelnemers hun einddoel hebben behaald.
  • Deelnemers die het trainingsprogramma volledig hebben doorlopen, ontvangen een certificaat.
  • Doorstroom naar regulier sport- en beweegaanbod, mogelijkheid tot inschrijven.
  • Deelnemers vullen een evaluatieformulier in en schrijven in voor een vervolgactiviteit (wekelijks reguliere activiteit).

Fase 3: Evaluatie (1 tot 2 weken)

  • Verwerken van de (5- en 10- weken) registraties.
  • Evaluatie met vrijwilligers.
  • Evaluatie van totale programma en eventueel bijstellen.
  • Potentiële vrijwilligers werven voor het wandeltrainingsprogramma.

B: Wie is de aanvrager of initiatiefnemer van de interventie en op welke manier en vanaf welke fase of bij welke stap (zie A) is deze betrokken?

De lokale uitvoeringsorganisatie neemt contact op met de interventie eigenaar en na goedkeuring stelt de uitvoeringsorganisatie de coördinator aan die elke fase zal bijwonen.

C: Wat is de omvang van de interventie? (duur/doorlooptijd, aantal contacten, duur van de contacten)? Geef dit aan per fase of stap (zie A).

Het gehele traject (zonder de voorbereidings- en evaluatiefase) duurt inclusief start- en slotmoment 12 weken, bijeenkomsten van 2 uur.

Fase 1: Voorbereidingsfase (1 tot 2 maanden)

Fase 2: Uitvoering programma

  • Startmoment (2 uur)
  • Wandeltrainingsprogramma (10 weken)
  • Slotmoment (2 uur)

Fase 3: Evaluatie (1 tot 2 weken)

Locaties en Uitvoering

De interventie wordt zo lokaal mogelijk georganiseerd en zo dicht mogelijk bij de deelnemers. Soort organisaties die de interventie kunnen uitvoeren zijn sport- of welzijnsorganisatie, eerstelijnszorgorganisaties en (atletiek)verenigingen met bijvoorbeeld een wandelafdeling.

B: Op welk soort locaties kan de interventie worden uitgevoerd en wat zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden?

Een geschikte locatie voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • dichtbij voor de doelgroep (liefst op loop of fietsafstand)
  • ruimte voor (gezellig) samenzijn, kopje koffie, uitleg van begeleider of informatiebijeenkomst
  • veilige buitenruimte dichtbij voor het uitvoeren van de wandeltest
  • bij voorkeur gelegen dichtbij een interessant wandelgebied, zoals park, of groene buitenomgeving.

Het kan de eigen locatie zijn van een sport- of welzijnsorganisatie, maar ook een buurt-/dorpshuis, wijkcentrum, verzorgingshuis of sportkantine. Van belang is vooral aan te sluiten bij de doelgroep, waardoor bv. buurthuis, fysiotherapiepraktijk met praktijkruimte of verzorgingshuis passender is indien met oudere of kwetsbare doelgroepen gewerkt wordt, daar waar een (sport)kantine geschikter is wanneer de doelgroep vitaler is.

Het is wel van belang dat de afstand én het wandelen en de sportieve omgeving als uitgangspunt wordt genomen in de keuze voor de locatie, boven bijvoorbeeld de inzet van de eigen locatie in een minder geschikte omgeving (qua afstand tot de deelnemers, of qua bebouwing / groen)

Uit onderzoek van Vries, de., Nieuwenhuijzen & Farjon (2017), blijkt dat mensen buiten gelukkiger zijn dan binnen. En als ze buiten zijn, zijn ze gelukkiger in een omgeving die overwegend natuurlijk is dan in een overwegend bebouwde omgeving.

N.v.t.

B: En op welke manier faciliteer de implementatie van de interventie wanneer er andere initiatiefnemers en uitvoerders zijn dan de interventie eigenaar zelf? Geef een samenvatting.

Wanneer de interventie op een nieuwe locatie uitgevoerd gaat worden, maken we als interventie eigenaar eerst een afspraak om uitleg over de interventie te geven. Vervolgens worden de coördinatoren en vrijwilligers geschoold. Zij ontvangen daarna de wandelbox met daarin ook de handleiding, waarin precies staat beschreven hoe de interventie uitgevoerd moet worden. Tijdens het hele proces kunnen coördinatoren advies vragen aan SportZeeland.

Voor de uitvoering van de interventie is er een wandelbox beschikbaar. De wandelbox is alleen verkrijgbaar als de scholing is gevolgd door lokale coördinatoren. Met de wandelbox kan er een groep van 15 personen worden opgestart. De wandelbox wordt, tegen betaling verstrekt na het volgen van de scholing en bestaat uit de volgende materialen (documenten zijn digitaal beschikbaar):

  • 19 stappentellers (4 extra stappentellers voor de begeleiders);
  • 16 opbouwplannen;
  • 15 keycords;
  • 15 scorekaartjes;
  • 15 pennen;
  • USB met basisdocumenten.

Basisdocumenten (voorbeelden):

  • draaiboek (handleiding voor lokale organisaties) (zie bijlage 1);
  • formulier ‘hoe ziet mijn week eruit’;
  • certificaten;
  • voorbeeld pr-materiaal;
  • handleiding afnemen instaptest;
  • werkbladen verzamelstaat instaptest;
  • presentatie ‘Waarom bewegen moet’;
  • registratieformulieren;
  • tips wandelen in groep;
  • evaluatieformulier;

Voor de uitvoering van de wandeltest zijn nog nodig (zelf aanschaffen of regelen): 6 pionnen, stopwatch en meetlint 20 meter.

B: Voor wie zijn de materialen bestemd en hoe verkrijgen ze de materialen? Maak eventueel een overzicht in een tabel.

De materialen zijn in eerste instantie bestemd voor de lokale coördinator. De lokale coördinator koopt de wandelbox bij de interventie eigenaar. Bij de start van de interventie krijgt elke deelnemer een stappenteller en een opbouwplan.

Belangrijke documenten

Organisatie

Contactpersonen


Beoordeling / erkenning

  • Goed beschreven
Dit is een erkende interventie