Spring naar content
Naar alle interventies

Gewichtige Gezinnen Mini

Mini gewichtige gezinnen is een interventie die zich richt op kinderen van twee tot vier jaar met (een risico op) overgewicht of obesitas en hun ouders of verzorgers. Het doel van de interventie is om een gedragsverandering bij de ouders en het kind te bewerkstelligen op het gebied van voeding, beweging en opvoeding.

Overgewicht is één van de meest ernstige bedreigingen van de volksgezondheid. Overgewicht en obesitas komen wereldwijd en in Nederland steeds vaker voor. In 2009 tot 2011 hebben ongeveer 6,5 miljoen mensen in Nederland matig of ernstig overgewicht. Dit is ongeveer 41 procent. Begin jaren tachtig was dit nog maar 27 procent. In de periode 2009 tot 2011 is er bij ongeveer tien procent van de bevolking sprake van ernstig overgewicht (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2012).

Om overgewicht bij kinderen tegen te gaan, heeft de directeur van Avant sanare, de interventie Mini Gewichtige Gezinnen ontwikkeld voor kinderen van twee tot vier jaar. De interventie richt zich op het vlak van bewegen, voeding en opvoeding. Onderzoek heeft aangetoond dat deze drie componenten de (langdurige) effectiviteit om overgewicht bij kinderen tegen te gaan, vergroten (Care for obesity, 2017).

De interventie Mini Gewichtige Gezinnen is ontwikkeld, omdat er nog geen sport-/beweeginterventie voor kinderen onder de vier jaar bestond dat zich richt op het vlak van bewegen, voeding en opvoeding.

Van de 2-jarigen in Rotterdam heeft 8% overgewicht (GGD Rijnmond, 2014). Van de kinderen van 4 tot en met 17 jaar oud had 13,6% in 2016 overgewicht, waarvan 2,7% obesitas. (Volksgezondheid en zorg, 2018). De interventie is gericht op twee tot vier jarigen, zodat het probleem tijdig aangepakt kan worden.

Ernstig overgewicht komt onder kinderen en jongeren in de laagste inkomensklasse drie keer zo vaak voor als onder leeftijdsgenoten in de hoogste inkomensklasse (Visscher, Van Bakel en Zantinge, 2013).

Veelal is het overgewicht/ obesitas bij jongeren een gezinsprobleem (> 50%) en is de oorzaak te vinden in

psychische factoren, sociale achterstand en/ of culturele achtergrond (59% heeft niet westers allochtone

ouders en 21% heeft westers allochtone ouders) (Visscher, Van Bakel en Zantinge, 2013).

Kinderen met overgewicht hebben later meer kans op:

  • Diabetes type 2, ook wel suikerziekte genoemd: een toename in lichaamsgewicht leidt al binnen enkele maanden tot een grote kans op diabetes type 2;
  • Hoge bloeddruk;
  • Hart- en vaatziekten;
  • Metabool syndroom: dit betekent dat er tenminste drie van de volgende klachten aanwezig zijn:
  • Veel vet in de buikholte;
  • Verhoogde bloeddruk;
  • Verhoogd bloedsuikergehalte;
  • Verhoogd bloedvetgehalte;
  • Verlaagd HDL-cholesterolgehalte.
  • Verschillende vormen van kanker, waaronder slokdarm-, dikke darm-, alvleesklier-, nier-, borst-, baarmoeder- en eierstokkanker;
  • Galstenen;
  • Gewrichtsontstekingen en -slijtage;
  • Ademhalingsproblemen, waaronder kortademigheid en apneu (Voedingscentrum, z.d).

Daarnaast vergroot overgewicht het risico op depressie, angst, een laag zelfbeeld, sociale afwijzing (pesten) en stigmatisering (Noordam, Halberstadt & Seidell, 2016). Hierdoor kunnen kinderen geïsoleerd raken en emotionele- of gedragsproblemen ontwikkelen. Dit kan gevolgen hebben voor de competentieontwikkeling en de sociale ontwikkeling (Braet, Moens&Mels, 2014).

Uit onderzoek van Cooper (2003) blijkt dat een cognitief-gedragsmatige aanpak van obesitas belangrijk is voor lange termijn effecten. Daarnaast komt uit dit onderzoek naar voren dat sociale steun een belangrijke factor is om gedragsveranderingen aan te gaan en vast te houden. In het programma Mini Gewichtige Gezinnen worden daarom de drie componenten voeding, bewegen en opvoeding/ gedrag samen gepakt en aangeboden aan het gezin als systeem. Uit onderzoek van Kane, Wood en Barlow (2007) wordt geconcludeerd dat ouders weer de controle krijgen in de opvoeding door onder anderen de sociale steun van andere ouders uit een cursusgroep. Sociale steun van een professional, die een niet-veroordelende houding heeft, maar ook steun van leeftijdsgenoten en van de partner of echtgenoot zijn erg van belang.

Kinderen van twee tot vier jaar met (een risico op) overgewicht en/ of obesitas.

Dit zijn:

  • Kinderen van ouders met overgewicht;
  • Kinderen uit gezinnen met lage inkomens;
  • Niet-westerse allochtone kinderen (CBS, 2016).

Voor deze doelgroep is afstemmen op hun belevingswereld, plezier en samen met de ouders actief zijn erg belangrijk.

De ouders/ verzorgers van de einddoelgroep vormen de eerste intermediaire doelgroep van de interventie ‘Mini Gewichtige Gezinnen’.

Hoofddoel

Het hoofddoel van Mini Gewichtige Gezinnen is dat meer kinderen tussen de twee en vier jaar een gezond gewicht hebben, ter voorkoming van de gevolgen van overgewicht voor de gezondheid.

Subdoel

Subdoelen van de interventie voor de kinderen zijn:

  • De BMI, op basis van leeftijds- en geslacht specifieke afkappunten voor BMI zoals aangegeven in de tabel van het Voedingscentrum (2018) is gestabiliseerd of verminderd, dit valt te concluderen door de begin- en eindmeting te vergelijken;
  • De deelnemende kinderen eten gezonder, doordat de ouders de recepten van de kookworkshop thuis gebruiken, gemeten volgens het voedingsdagboek van de ouders;
  • Kinderen bewegen meer en hebben ervaren dat dit (samen met hun gezinsleden) plezierig is, door actief deel te nemen aan de beweegbijeenkomsten en hier na de interventie mee door te gaan (Avant sanare, 2012).

Subdoelen van de interventie voor de ouders zijn:

  • De ouders kunnen minimaal drie ernstige gevolgen van overgewicht op hun kind benoemen;
  • De ouders zijn in staat om minimaal drie beweegspelletjes met hun kinderen te doen;
  • De ouders hebben ervaren dat bewegen (samen met hun kinderen) plezierig is, door actief deel te nemen aan de beweegbijeenkomsten;
  • De ouders kunnen gezonde keuzes maken wat betreft voedingsmiddelen, door actief deel te nemen aan de kookworkshop;
  • De ouders bezitten de volgende opvoedcompetenties, door actief deel te nemen aan de groepsbijeenkomsten:
  • Complimenteren en belonen;
  • Structuur en begrenzing bieden;
  • Interne versus externe prikkels beheersen.
  • De ouders weten hoe een gezonde gezinsleefstijl eruitziet en hebben vaardigheden ontwikkeld om dit in hun eigen gezinsleven te realiseren, gemeten door een toename in gezonde voeding en beweging in hun voedings- en beweegdagboek;
  • De ouders zijn in staat om tijdig hulp te vragen, doordat zij minimaal twee steunpersonen hebben geïdentificeerd in hun omgeving (Avant sanare, 2012).

In hoeverre de subdoelen behaald zijn wordt beoordeeld door middel van een vergelijking tussen de begin- en eindsituatie. Tijdens het in- en outtake-gesprek vindt een meting plaats met betrekking tot de domeinen: voeding, beweging, opvoeding en sociale steun. Daarnaast doet de ouder een zelfevaluatie over zijn/ haar proces, zijn/haar persoonlijke doelen en de algemene leerdoelen van de cursus (onder andere met betrekking tot opvoedingscompetenties). Dit gebeurt zowel mondeling in gesprek met de cursusleider als schriftelijk middels, het voedings- en beweegdagboek en de BOFT vragenlijst (TNO, 2009). Ook de cursusleider en indien mogelijk de verwijzer vullen de BOFT vragenlijst in.

Opzet van de interventie

Mini Gewichtige Gezinnen is een preventieve interventie methode. Deze heeft een doorlooptijd van zes maanden. De interventie bestaat uit:

  • Zes groepsbijeenkomsten van elk twee uur voor de ouders;
  • Twee kookworkshops voor de ouders;
  • Zes beweegbijeenkomsten voor de ouders en kinderen;
  • Drie huisbezoeken voor de ouders en kinderen door de uitvoerende cursusleider.

Er wordt samengewerkt met lokale partners, zoals jeugdgezondheidsprofessionals, beweeg- en voedingsdeskundigen (Avant sanare, 2012).

De interventie wordt uitgevoerd in een gesloten groep. Dat houdt in dat het een groep is met een vast aantal personen gedurende een afgesproken periode. Het aantal gezinnen dat aan de interventie kan deelnemen ligt tussen de vijf en tien gezinnen per keer (Avant sanare, 2012)

11

Bijeenkomst

Thema

Voor wie

Door wie

Duur

Vanaf 3 maanden voor intakes tot aan de intakes

Werving deelnemers

Werving middels:

  • Voorlichtingen aan ouders
  • Folders en social media
  • Via verwijzers in de jeugdgezondheidszorg

Ouders en kinderen en jeugdgezondheids-zorgprofessionals

Cursusleider,

lokale uitvoerders, gezondheids-professionals, verwijzer

8 uur

0

Intake

In- en exclusiecriteria checken

Persoonlijk gezinsleefstijlplan opstellen

Beginmeting uitvoeren

Ouders en kinderen

Cursusleider en verwijzer

1 uur

1

Groepsbijeenkomst 1

Kennismaking:

introductie interventie en ervaringen uitwisselen

Ouders

Cursusleider

2 uur

2

Beweegbijeenkomst 1

Plezierig bewegen ouders en kinderen

Ouders en kinderen

Lokale beweeg-aanbieder

1 uur

3

Groepsbijeenkomst 2

Voeding en bewegen:

basis en oefenen met etiketten lezen

Ouders

Cursusleider

2 uur

4

Kookworkshop 1 + huisbezoek 1

Thema kookworkshop: in overleg met ouders (bijv. gezonde traktaties en snacks)

Thema huisbezoek: in overleg met ouders (in ieder geval intrinsieke motivatie aanspreken)

Ouders +

ouders en kinderen

Voedings-specialist en cursusleider

2 uur + 1 uur

5

Groepsbijeenkomst 3

Opvoeding:

stijlen, doelen en beloningen

Ouders

Cursusleider

2 uur

6

Beweegbijeenkomst 2

Plezierig bewegen ouders en kinderen

Ouders en kinderen

Lokale beweeg-aanbieder

1 uur

7

Groepsbijeenkomst 4

Voeding en opvoeding:

verdieping en oefenen met eigen casussen/ situaties

Ouders

Cursusleider

2 uur

8

Beweegbijeenkomst 3

Plezierig bewegen ouders en kinderen

Ouders en kinderen

Lokale beweeg-aanbieder

1 uur

9

Groepsbijeenkomst 5

Opvoeding: stimuleren, steunen en sturen

Ouders

Cursusleider

2 uur

10

Beweegbijeenkomst 4

Plezierig bewegen ouders en kinderen

Ouders en kinderen

Lokale beweeg-aanbieder

1 uur

11

Beweegbijeenkomst 5

Plezierig bewegen ouders en kinderen

Ouders en kinderen

Lokale beweeg-aanbieder

1 uur

12

Groepsbijeenkomst 6

Afsluiting:

gezinsleefstijlplan, steun vragen en toekomst

Ouders

Cursusleider

2 uur

13

Beweegbijeenkomst 6

Plezierig bewegen ouders en kinderen

Ouders en kinderen

Lokale beweeg-aanbieder

1 uur

14

Kookworkshop 2

In overleg met ouders (bijv. gezonde avondmaaltijd)

Ouders

Voedings-specialist

2 uur

16

Huisbezoek 2

In overleg met ouders

Ouders en kinderen

Cursusleider en voedingsspecialist

1 uur

20 – 22

Huisbezoek 3

In overleg met ouders (in ieder geval toekomstplan bespreken)

Ouders en kinderen

Cursusleider en voedingsspecialist

1 uur

24

Outtake

Evaluatie, effectmetingen en toekomstbespreking

Ouders en kinderen

Cursusleider en verwijzer

1 uur

24 – 52

Follow up

Door verwijzer

Ouders en kinderen

Verwijzer

1 uur

Locaties en Uitvoering

De zes groepsbijeenkomsten vinden plaats zo dicht bij het gezin als mogelijk, zodat reisafstand geen belemmering vormt en de omgeving vertrouwd is. Vaak vinden deze bijeenkomsten plaats in een (vergader)zaaltje in Centra voor Jeugd en Gezin, scholen, buurthuizen, gezondheidscentra en dergelijke. Er wordt naar gestreefd dat de kookworkshops en bewegingsbijeenkomsten in hetzelfde gebouw plaatsvinden (indien de benodigde faciliteiten, keuken en beweegruimte, aanwezig zijn).

De huisbezoeken vinden bij de gezinnen thuis plaats.

De kookworkshops kunnen plaatsvinden in buurthuizen, kookstudio’s of horecagelegenheden in de buurt. Vaak is maandag een dag waarop horecagelegenheden gesloten zijn en er wellicht gebruik gemaakt kan worden van de keuken, materialen en restaurant. Kookworkshops vinden bij voorkeur aan het einde van middag plaats.

Avant sanare is aangesloten bij verschillende beroepsverenigingen en heeft een breed bereik met de maandelijkse nieuwsbrief, waarin ook de interventies regelmatig worden opgenomen. Ook staat de interventie in de databank van het Kenniscentrum Sport en NJI. Na het uitvoeren van interventies publiceert Avant sanare of de uitvoerders een artikel hierover. Dit wordt gedeeld via social media.

Als er lokale partners geïnteresseerd zijn in de interventie kan er bij Avant Sanare een train-de-trainertraject worden gevolgd.

Bij interesse kan er eerst een aantal keer meegelopen worden om te kijken of ze het een geschikte interventie vinden.

De interventie bestaat uit een draaiboek voor trainers en een werkboek voor ouders. In het draaiboek voor de uitvoerende trainers staan alle beweeg-, voedings- en pedagogische bijeenkomsten uitgewerkt. De uitvoerende trainers voeren aan de hand van dit draaiboek de bijeenkomsten uit. Tijdens de bijeenkomsten ontvangen de ouders van de deelnemers een werkboek. In dit werkboek staat een samenvatting van de theorie uit elke bijeenkomst. Daarnaast bevinden zich een aantal thuisopdrachten in het werkboek. De thuisopdrachten worden ook benoemd in het draaiboek, zodat deze opdrachten onderdeel zijn in de bijeenkomsten. Ook worden er evaluatieformulieren en folders beschikbaar gesteld door de interventie eigenaar. De specifieke materialen die nodig zijn voor de kookworkshops en beweegbijeenkomsten staan vermeld in het draaiboek, maar worden niet beschikbaar gesteld door de interventie eigenaar.

Belangrijke documenten

Organisatie

Contactpersonen


Beoordeling / erkenning

  • Goed beschreven
Dit is een erkende interventie