Spring naar content
Naar alle interventies

Het Bewegend Kind

Het Bewegend Kind is een aanpak voor de basisschool, die inspeelt op de huidige ontwikkeling van te weinig beweging door de jeugd. Het Bewegend Kind streeft ernaar om de jeugd ten minste vier dagen in de week, 20-30 minuten te laten bewegen. De lessen zijn zowel in de gymzaal als in de buitenomgeving. Van groep een tot en met groep acht is er een doorlopende leerlijn ontwikkeld om de motorische vaardigheden te verbeteren. Via een digitaal platform krijgen de leerkrachten alle informatie over de methodiek. Deze bestaat uit een jaarkalender met elke dag volledig uitgewerkte beweeglessen als aanvulling op de reguliere gymles, beweegvormen met voorbeelden op video en allerlei spelvormen. Alles is voorhanden om dagelijks zo goed mogelijke beweeglessen te verzorgen.

Frequentie bewegen van kinderen
Onderzoek van de afgelopen jaren laat zien dat de jeugd steeds minder beweegt (Hildebrandt et al., 2015). In 2017 voldeed slechts 55% van de Nederlandse kinderen (4 tot 12 jaar) aan de beweegrichtlijnen (CBS, 2017). Dit geldt zowel voor jongens als meisjes.

Bij veel scholen staan er weinig beweeglessen op het programma. Vaak één of twee keer per week 45 minuten, waarvan vanwege reizen en omkleden regelmatig veel tijd verloren gaat. (Onderwijsinspectie, 2016, Reijgersberg & Lucassen, 2014; Wormhoudt et al., 2013).

Kwaliteit van bewegen
Op de basisschool is 24% van de jongens en 28% van de meisjes motorische onvoldoende ontwikkeld (landelijke database van MQ-scan in 2018). In tien jaar tijd, 2006-2016, is de motoriek op vijf van de acht onderdelen achteruit gegaan en op de andere drie zijn ze gelijk gebleven. (Onderwijsinspectie, 2016).

Buiten bewegen
Uit onderzoek van Kantar Public blijkt dat 15% van de kinderen nooit buiten speelt en dat 58% van de kinderen minder dan 8,4 uur per week buiten speelt (Jantje Beton, 2018). De aanbeveling is om minimaal 1 uur per dag matig actief te bewegen (Gezondheidsraad, 2017). Daarnaast is een trend te zien vanaf 2006 tot 2014 dat er minder buiten wordt bewogen (Dellas, 2018).

Het Bewegend Kind heeft als doelgroep de basisschoolkinderen van de groepen 1 tot en met 8. De opgezette beweeglessen en beweegvormen zijn voor alle leerlingen uit deze groepen ontwikkeld.
Hoewel de aanpak en de onderliggende filosofie hetzelfde is, wordt er onderscheid gemaakt tussen de invulling van de beweeglessen en beweegvormen bij groep 1/2, groep 3/4, groep 5/6 en groep 7/8. Hierdoor sluiten de lessen aan bij de belevingswereld van de leerlingen.
Het volledige primair onderwijs, alle leerjaren, kan gebruiken maken van Het Bewegend Kind. Zowel leerlingen uit het regulier basisonderwijs als uit het speciaal basisonderwijs vallen binnen de doelgroep.

De intermediaire doelgroep, de uitvoerende professional die uiteindelijke contact heeft met de einddoelgroep, is de leerkracht uit het basisonderwijs (groep 1 t/m 8) en de Het Bewegend Kind – Bewegingscoördinatoren. De bewegingscoördinatoren zijn vakdocenten die een training van Het Bewegend Kind hebben gevolgd om de interventie te implementeren op de basisscholen.

Hoofddoel

Basisschoolleerlingen (groep 1 – 8) bewegen tijdens schooltijd tenminste 4 dagen per week minimaal 20 tot 30 minuten per dag in de gymzaal en de buitenomgeving.

Subdoel

Subdoelen op leerling niveau

  1. Na het eerste jaar krijgen alle leerlingen tenminste 4 dagen per week kwalitatieve beweeglessen van minimaal 20 tot 30 minuten.
  2. Na het eerste jaar zie je bij 80% van de leerlingen die deelnemen aan Het Bewegend Kind een verbetering van de grove motoriek ten opzichte van leerlingen die niet deelnemen aan Het Bewegend Kind.

Subdoelen op leerkracht niveau

  1. Na het eerste jaar past 100% van de leerkrachten de beweeglessen volgens Het Bewegend Kind toe.
  2. Binnen twee jaar past 80% van de leerkrachten tijdens de beweeglessen de module Bewegend Leren toe.
  3. Na het eerste jaar maakt 75% van de leerkrachten gebruik van de beweeglessen van het digitaal platform.

Subdoelen op school/ implementatieniveau

  1. Het Bewegend Kind wordt na 3 jaar door 75% van de scholen geborgd.
  2. Op alle deelnemende scholen wordt minimaal 75% van de beweeglessen buiten uitgevoerd.

Bijdrage

Daarnaast levert Het Bewegend Kind een kleinere of grotere bijdrage aan de volgende aspecten:

De saamhorigheid van de leerlingen in de groep;

De concentratie tijdens schooluren van het kind;

Plezier tijdens het bewegen;

De leerprestaties van het kind;

De eigenwaarde, het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van het kind;

De ontwikkeling van de fijne motoriek.

Opzet van de interventie

Om Het Bewegend Kind te implementeren op primair onderwijs worden Het Bewegend Kind – bewegingscoördinatoren opgeleid. Dit kan een vakleerkracht van de school zijn. Maar ook iemand van buitenaf zijn, zoals een buurtsportcoach. Deze coördinator verzorgt de cursus aan de groepsleerkrachten en verzorgt eventueel de gymlessen.

Het Bewegend Kind kent zes fasen.

Fase 1: Werving
De werving vindt continu plaats door de interventie-eigenaar.

Fase 2: Verkenning met de school
Er is een gesprek met de directie en er wordt een presentatie voor leerkrachten gegeven. Deze fase duurt maximaal 6 maanden.

Fase 3: Aanstelling Het Bewegend Kind – Bewegingscoördinator
Voor fase 4 wordt er bekeken wie de coördinator van de school wordt.

Fase 4: Bepaling van positie bewegen binnen de school
Op het moment dat een school gaat starten wordt er één totaal beweegaanbod samengesteld. Hoeveel gymlessen en hoeveel buiten lessen staan wekelijks op het programma.

Fase 5: Implementatie – Het Bewegend Kind
Het Bewegend Kind – Bewegingscoördinator geeft aan de groepsleerkrachten in het eerste jaar de basiscursus en in het tweede en derde jaar de vervolgcursus.

Fase 6: Borging
De bewegingscoördinator zorgt voor de borging. Werkt deze bewegingscoördinator voor een externe organisatie, dan wordt er ook een groepsleerkracht als Het Bewegend Kind – Specialist aangesteld. De bewegingscoördinator en de specialist hebben door het jaar heen contact.

Locaties en Uitvoering

Alle basisscholen kunnen Het Bewegend Kind implementeren. Per school wordt bekeken hoe Het Bewegend Kind ingepast kan worden. Het Bewegend Kind kan uitgevoerd worden op de volgende locaties: Op het speelplein, op een grasveld, op pleintjes rondom de school, in de gymzaal, in het speellokaal, in de aula van de school. Hierbij is een buitenruimte essentieel.

Elke school heeft een andere omgeving, daarom wordt er per school bekeken hoe en waar Het Bewegend Kind het beste uitgevoerd kan worden. Belangrijk voor de locaties is dat er ruimte is om vrij te bewegen. Daarnaast zijn bomen, speeltoestellen, baskets, doeltjes, een klimrek prettig om zoveel mogelijk afwisseling aan te kunnen bieden.

Op dit moment zijn er 25 scholen, binnen Noord-Brabant en Limburg, die gebruik maken van de methode.

Voor de implementatie hebben we het model van Fleuren gebruikt, voor uitgebreide uitwerking, zie bijlage 1.

De volgende onderdelen worden meegenomen in de implementatie.

Kennismaking

Allereerst vindt er een kennismakingsgesprek plaats met directie en eventueel enkele leerkrachten over de visie met betrekking tot bewegen. Bij een positief verlopen gesprek wordt er een presentatie gegeven voor het gehele team om draagvlak en bewustwording te creëren op school.

Scholing

De bewegingscoördinatoren volgen een training om de interventie goed te implementeren binnen het primair onderwijs.

De leerkrachten volgen twee cursussen voor een duurzame en kwalitatieve implementatie. In het eerste jaar vindt de eerste cursus plaats met een workshop en individuele scholingsmomenten tijdens de beweeglessen, zodat het bewegen een structurele plek krijgt in het dag programma. In de tweede cursus wordt ingezet op onder andere bewegend leren.

Evaluatie/ borging

Er vinden tijdens de opleidingen evaluatiemomenten plaats voor het gehele team. Er wordt een Het Bewegend Kind – Specialist aangesteld, nieuwsbrieven worden verspreid en elk jaar is er minimaal tweemaal contact.

Landelijk

Er worden gemeenten en scholen door het hele land benaderd om bekendheid te geven aan Het Bewegend Kind. Als een school uiteindelijk interesse heeft in Het Bewegend Kind, worden er Het Bewegend Kind – Bewegingscoördinatoren opgeleid door de interventie eigenaar. Deze coördinatoren verzorgen de implementatie.

 

De volgende materialen worden gebruikt:

Werving, voor iedereen in te zien:

Presentatie voor leerkrachten en directie: PowerPointpresentatie met de achterliggende gedachte en inhoud van Het Bewegend Kind.

Facebook, nieuwsitems, praktijksituaties en artikels

Website

Folders

Uitvoering, voor deelnemende scholen en bewegingscoördinatoren

Werkboek voor bewegingscoördinatoren: hierin staat alles voor een goede implementatie van Het Bewegend Kind

Werkboek voor leerkrachten en directie: hierin staat de wetenschappelijke onderbouwing en de werkwijze van Het Bewegend Kind.

Digitaal platform voor leerkrachten: op dit platform staat de methode en wordt gebruikt als ondersteuning van de cursussen.

Certificaat, na afronding van de Basiscursus – Het Bewegend Kind ontvangen de leerkrachten een certificaat.

Evaluatie, voor deelnemende scholen

Evaluatieformulieren voor leerkrachten: gedurende het jaar vinden evaluaties met het team plaats.

Enquêteformulieren voor leerkrachten: onderzoek naar de uitvoerbaarheid.

Informatie, voor deelnemende scholen

Nieuwsbrief voor leerkrachten en directie: periodieke uitgave.

Materialen voor de buiten lessen. Er is een materialenlijst opgesteld voor de basismaterialen voor de buiten lessen.

Belangrijke documenten

Uitgebreide beschrijving (pdf)

Contactpersonen

Beoordeling / erkenning

  • Goed beschreven
Dit is een erkende interventie