Spring naar content
Naar alle interventies

Kids in action

Kids in Action is een leefstijlinterventie gericht op kinderen in de leeftijd van 6-16 jaar met overgewicht/obesitas en hun directe familie.

Er staat een multidisciplinair team klaar om ervoor te zorgen dat de ouders en kinderen op het gebied van hun leefstijl gericht op voeding en beweging worden ondersteund. Dit team bestaat uit een kinderarts, orthopedagoog generalist , kinderfysiotherapeut en diëtiste.

Gedurende de interventie gaan de deelnemers meer bewegen en gezonder eten wat een afname of stabilisatie van hun overgewicht bewerkstelligd. De interventie is gericht op gedragsverandering.

De ingezette leefstijlveranderingen houden de deelnemers na afloop van de interventie vol. De deelnemers worden hiervoor nog 18 maanden na afloop van de interventie periodiek opgevolgd en waar nodig extra begeleid.

Een probleem dat steeds groter wordt in Nederland is het probleem overgewicht. Op steeds jongere leeftijd ontwikkelen kinderen overgewicht met alle gevolgen van dien. In de afgelopen dertig jaar is het aandeel jongeren (2-20 jaar) met overgewicht in Nederland fors toegenomen.

Onder jongeren van 12-18 jaar is een stijging van 40% te zien. De helft van deze toename kwam door de toename van obesitas (Hildebrand V.H., 2013)(Volksgezondheidsenzorg.info, 2019). Van de kinderen van 4 tot en met 17 jaar oud had 13,5% in 2017 overgewicht, waarvan 10,7% matig overgewicht en 2,8% ernstig overgewicht (obesitas) (Volksgezondheidsenzorg.info, 2019). Jongens van 4 tot en met 11 jaar hebben vaker overgewicht dan meisjes. Bij obesitas is dat andersom. In de leeftijdsgroep 12 tot en met 17 jaar komt zowel overgewicht als obesitas meer voor bij meisjes dan bij jongens (Ajzen I., 1987)(Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, 2009)(Volksgezondheidsenzorg.info, 2019). Overgewicht in deze leeftijdsgroep vormt een wereldwijd probleem, en treft vooral lage- en midden-inkomenslanden, vooral in stedelijke omgeving (Van Binsbergen JJ, 2010) (Niesten L., 2008).

Jonge kinderen met overgewicht of obesitas hebben een grote kans om obees te blijven gedurende de kindertijd, de adolescentie, en het volwassen leven (Naets T., 2018) (Van Binsbergen JJ, 2010) (Skelton J.A., 2011). Het risico op het behouden van obesitas op volwassen leeftijd wordt door Singh et al. geschat tussen 22 en 90% (Singh A.S., 2008). In de wetenschap dat obesitas op volwassen leeftijd geassocieerd is met een aantal ernstige gezondheidscomplicaties, is dit een alarmerend gegeven. Deze goed bekende, veelal chronische, aandoeningen zijn onder andere cardiovasculaire aandoeningen, insulineresistentie en diabetes mellitus, PCOS, slaapapnoe, musculoskeletale aandoeningen zoals osteoartritis en sommige kankers (Van Binsbergen JJ, 2010). Ook wordt er gezien dat deze aandoeningen, normaal voorkomend op volwassen leeftijd, vroeger optreden. Zo kunnen diabetes mellitus type 2, hartaandoeningen, slaapapneu en pseudotumor cerebri zich al in de kinderleeftijd ontwikkelen. Obese kinderen hebben een verhoogd risico op overlijden op een relatief jonge leeftijd (Ajzen I., 1987) (Centers for Disease Control and Prevention (CDC), 2019) (Milne S., 2002) (Van Binsbergen JJ, 2010) (Singh A.S., 2008).

Het WHO stelt daarom dat de preventie van kinderobesitas met hoge prioriteit behandeld moet worden (Van Binsbergen JJ, 2010) (World Health Organisation, 2019). Zo zijn niet enkel overgewicht en obesitas te voorkomen, maar ook de daarmee verbonden aandoeningen. Ook door vroegtijdige interventies en behandeling kunnen gevolgen van obesitas vermeden worden.

Ook de impact op de levenskwaliteit van kinderen en jongeren met overgewicht of obesitas moet niet worden onderschat. Obese kinderen hebben vaak minder vrienden, en hebben meer kans op sociale isolatie (Centers for Disease Control and Prevention (CDC), 2019) (Singh A.S., 2008). Bovendien zijn zij vaak het slachtoffer van pesten.

Verder is gebleken dat overgewicht en psychische problemen zich tegelijkertijd kunnen voordoen.

Bij kinderen is een duidelijk rechtlijnig verband te zien tussen lichaamsgewicht en psychische problemen: hoe zwaarder ze zijn, hoe vaker ze deze problemen ervaren. Ter illustratie, van de obese kinderen heeft 19 tot 29 procent psychische problemen ten opzichte van 6 tot 19 procent onder kinderen met matig overgewicht en 5-15 procent onder kinderen met een gezond gewicht

(RIVM, 2011).

De oorzaak van de zwaarlijvigheid wordt door hun omgeving vaak gelegd bij gebrek aan controle over zichzelf (Van Binsbergen JJ, 2010). Ook van ouders of leerkrachten uit wordt stigmatisering gezien, de sfeer thuis is negatiever. Obese adolescenten ondervinden ontevredenheid met het eigen lichaam. Dit negatief zelfbeeld en lager zelfwaardegevoel kunnen leiden tot droefheid, eenzaamheid of depressie. Ze geven zichzelf de schuld van hun overgewicht. Een deel van hen zal ook een eetstoornis ontwikkelen. Zwaarlijvige jongeren gebruiken vaker alcohol en tabak. School- en werkcarrière verlopen vaak moeizamer (Centers for Disease Control and Prevention (CDC), 2019) (Milne S., 2002).

Bij kinderen in de groei kan gewicht stabilisatie al voldoende zijn om gezondheidseffecten te behalen (Van Binsbergen JJ, 2010) (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, 2009).

De uiteindelijke doelgroep voor de interventie Kids in Action bestaat uit kinderen met overgewicht/obesitas in de leeftijd van 6 t/m 16 jaar met een BMI die valt binnen de categorieën overgewicht of obesitas graad 1, 2 of 3 volgens de internationaal geldende richtlijnen , waarbij het kind en zijn/haar naaste familie gemotiveerd zijn om de interventie te volgen en waarbij het kind kan functioneren in een groep.

De intermediaire doelgroepen zijn de ouders/verzorgers van de deelnemers. De ouders kunnen met de kennis die ze door middel van de interventie aangeleerd krijgen de leefstijl van de kinderen beïnvloeden. De leefstijl van alle kinderen binnen het gezin wordt hierdoor beïnvloed waardoor broers en/of zussen ook bereikt worden.

Hoofddoel

Het hoofddoel van Kids in Action is dat deelnemers met overgewicht of obesitas in de leeftijd van 6 tot 16 jaar door deelname aan de interventie meer gaan bewegen, gezonder gaan eten en een afname van hun BMI realiseren. Een goede indicatie voor het behalen van deze doelen is het gewichtsbehoud. Er wordt gestreefd naar het voldoen aan de beweegrichtlijnen (gezondheidsraad 2017) binnen 6 maanden na de start van de interventie.

Er wordt gewichtsbehoud gerealiseerd vanaf het eerste jaar van de interventie. In het tweede jaar van de interventie wordt er gestreefd naar een verdere afname van de BMI-SDS richting het afkappunt van 25. Doordat de deelnemers blijven groeien in de lengte met behoud van het huidige lichaamsgewicht (of gewicht verliezen) en de ingezette leefstijlverandering op lange termijn volhouden komen ze in het 2e jaar van de interventie steeds dichter bij een BMI-SDS < 25.

Subdoel

Om te meten in hoeverre onderstaande subdoelen bij de deelnemer bereikt zijn, wordt gemeten met behulp van:

  • VAS plezier,
  • VAS zelfvertrouwen,
  • BMI + groeidiagram,
  • Fitkids treadmill test,
  • BOT-2 krachttest,
  • Kidscreen – kwaliteit van leven vragenlijst vanaf 8 jaar /
  • Hoe ik vind dat ik het doe – motorische competentievragenlijst
  • Squash vragenlijst met criteria Beweegrichtlijn 2017.
  • Voedingsdagboek

Per discipline worden deze vragenlijsten en meetinstrumenten eventueel nog aangevuld met andere relevante klinimetrie.

Subdoelen:

Deelnemende kinderen:

0e-6e maand van het programma:

Gedrag

1. Toename van plezier in bewegen op VAS plezier naar score van 7 of minimaal 40% toename t.o.v. de T0, door het verhogen van het vertrouwen in eigen kunnen (eigen effectiviteit) op de VAS zelfvertrouwen naar score 7 of minimaal 30% toename t.o.v. de TO. 
2. Zijn zich bewust van het eigen voedings- en beweeggedrag.
3. Voldoet aan de beweegrichtlijn na 6 maanden gemeten met de squash vragenlijst.
4. Verminderen inactief gedrag: maximaal 2 uur per dag tv, tablet, laptop gebruik.
5. Schuiven op naar stap 3-4 van het I-Change model

de kwaliteit van leven gemeten met de KIDSCREEN-27 (>8 jr) of de motorische competentie vragenlijst (

Voeding

6. ontbijten dagelijks
7. eten dagelijks minstens 2 stuks fruit
8. matigen inname van zoete dranken naar maximaal 1 glas per dag
9. hebben een inname van maximaal 3 tussendoortjes per dag, waarbij de energie inhoud van de tussendoortjes gematigd wordt

Beweging

10. voldoet aan de norm voor aerobe inspanningscapaciteit volgens de treadmill test
11. de deelnemer scoort leeftijdsconform op de BOT-2
12. doen minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten

6e -24e maand van het programma

Gedrag:

1. Behouden van ingezette gedrags- en leefstijlveranderingen, blijft voldoen aan de beweegrichtlijn.
14. Kwaliteit van leven blijft binnen norm Kidscreen-27 of verbeterd verder tot norm is bereikt.
15. Schuiven op naar stap 4-5 van het I change model.

Voeding

16. Behoud van ingezet gedrag

Beweging

17. Deelnemer blijft voldoen aan de gestelde normen van de treadmill test en BOT-2 of verbeterd verder tot deze norm wordt bereikt

18. Behoud ingezet gedrag.

Gekoppeld aan hoofddoel:

Na 12 maanden verdere vermindering van BMI-SDS richting afkappunt van 25 doordat de kinderen groeien in de lengte met behoud van hun huidige gewicht of verder afvallen.

Ouders/verzorgers:

De doelen van de ouders worden niet gemeten met meetinstrumenten. Deze worden mondeling besproken in de evaluatiegesprekken.

0e-6e maand van het programma

Gedrag

19. Hebben kennis van de oorzaken van overgewicht.
20. Hebben kennis van de risico’s van overgewicht.
21. Bezitten kennis van de stappen die van belang zijn om gedragsverandering teweeg te brengen bij de deelnemer.
22. Zijn zich bewust van hun voorbeeldfunctie en handelen hiernaar
23. Stellen regels t.a.v. de screen-time van de deelnemer tot maximaal 2 uur per dag en handhaven deze voor het hele gezin.
24. Hebben kennis van de verschillende manieren waarop ze de deelnemer kunnen ondersteunen en stimuleren in het ontwikkelen van gezonde eet- en drinkgewoontes, en kunnen deze toepassen
25. Hebben kennis van de verschillende manieren waarop ze de deelnemer kunnen ondersteunen in het leren omgaan met moeilijke situaties en kunnen deze toepassen.
26. Hebben kennis van de verschillende manieren waarop ze de deelnemer kunnen ondersteunen en stimuleren in het ontwikkelen van sociale vaardigheden en kunnen deze toepassen

Voeding

27. Kopen gezonde voeding in zoals groente, fruit, tussendoortjes met een matige energie inhoud
28. Serveren gezonde maaltijden aan het hele gezin.
29. Stellen regels t.a.v. ongezonde voeding en dranken en handhaven deze voor het hele gezin

Bewegen

30. Motiveren en steunen de deelnemer bij het inbouwen van meer bewegen in het dagelijks leven
31. Melden kind aan voor een sport en stimuleren kind om te gaan sporten

6e -24e maand van het programma

Gedrag

32. Handelen naar hun voorbeeldfunctie
33.Handhaven de regels t.a.v. de screen-time van het hele gezind tot maximaal 2 uur per dag

34. Blijven de deelnemer stimuleren in het behoud en verder ontwikkelen van gezonde eet- en drinkgewoontes en sociale vaardigheden.
35. Blijven de deelnemer ondersteunen bij omgaan met moeilijke situaties

Voeding

36. Behoud en verdere ontwikkelen van ingezette gedragsverandering

Bewegen

37. Behoud en verdere ontwikkeling ingezette gedragsverandering

Opzet van de interventie

De interventie Kids In Action bestaat uit 3 fasen. De eerste fase betreft de fase voor aanvang van de interventie, de tweede fase betreft de fase waarin de interventie plaatsvindt en de derde fase betreft de fase na interventie waarin de deelnemers worden gevolgd.

Potentiele deelnemers aan Kids in Action worden door de kinderarts of huisarts geselecteerd en verwezen voor de interventie. Vervolgens start de 6 maanden durende interventie met een intake en T0 meting bij de kinderfysiotherapeut en wordt deze afgesloten met een evaluatie en T2 meting, na de interventie wordt de deelnemer nog tot 24 maanden gevolgd. Elke 3 maanden vindt er een evaluatie plaats, uitgevoerd door de kinderfysiotherapeut. Ook is er op dat moment weer een meetmoment.

Kids In Action bestaat uit:

Fase 1:

  • Opstart interventie

Fase 2:

  • Een intake gesprek met meetmoment (t0-meting) bij kinderfysiotherapeut en apart nog bij de diëtiste en de orthopedagoog generalist.
  • Na 4 weken voedingsadviesgesprek bij de diëtiste
  • 4 maanden 2x per week bewegen onder begeleiding van de kinderfysiotherapeut.
  • 2 maanden 1x per week bewegen onder begeleiding van de kinderfysiotherapeut,
  • 6 Groepsbijeenkomsten gedrag met orthopedagoog generalist
  • 2 Ouderbijeenkomsten bij orthopedagoog generalist
  • 1 huisbezoek door kinderfysiotherapeut

Gedurende het gehele programma 6-8 wekelijks multidisciplinair overleg waar kinderarts, kinderfysiotherapeut, diëtiste en orthopedagoog bij aanwezig zijn.

Fase 3:

  • Opvolging en meting na6, 9, 12, 15, 18, 21 maanden door kinderfysiotherapeut (Na 4 maanden alleen een gesprek, nog geen meting)
  • Evaluatiemomenten van de kinderarts 4, 8, 12,18 en 24 maanden
  • Evaluaties door de diëtiste 4, 8, 12, 18 en 24 maanden

De groepsgrootte van de groepslessen is 6-8 deelnemers. De beweeglessen worden gegeven in een sporthal met sport- en spelmateriaal en buiten op het sportveld.

Bij deelname wordt de deelnemer ingedeeld naar leeftijd. We hebben hierin 3 subdoelgroepen gemaakt;

– 6-9 jaar

– 9-13 jaar

– 13 jaar en ouder

Deze leeftijdsgroepen zijn gemaakt zodat het spelaanbod kan worden aangepast naar de leeftijd/ontwikkeling. Door deze indeling wordt de intensiteit aangepast per les. Bij de jongere groep worden veel teamspelletjes gespeeld zodat ze elkaar motiveren. Bij de leeftijd van 9 t/m 13 jaar worden meer competitieve spelletjes gespeeld om elkaar uit te dagen zodat de deelnemers moe worden tijdens de les. De groep van 13 jaar ouder worden meer individuele oefeningen uitgevoerd zodat zij wel samen in een groep maar ieder op eigen niveau sporten.

Deze groepen zijn gemaakt zodat kinderen gaan bewegen met kinderen van hun leeftijdsgenoten. Er wordt per leeftijdsgroep nauw gekeken naar hun emotionele, sociale en motorische ontwikkeling. Er wordt geen verschil gemaakt tussen kinderen met overgewicht en obesitas.

Zie tabel in het werkbald. 

Locaties en Uitvoering

De interventie kan uitgevoerd worden in een sporthal of gymzaal. Van belang is dat er naast een enthousiast en competent team genoeg materialen aanwezig zijn om de lessen aan te laten sluiten bij de doelgroep en ook om voldoende afwisseling in de lesinhoud te kunnen zorgen.

Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld: kasten, een bok, trampoline, springplank, ringen, touwen, matten en klein materiaal zoals een bal, badmintonracket, pionnen, net, stokken, honkbalknuppel etc. Van belang is dat de lessen op niveau worden aangeboden in groepsverband zodat de individuele deelnemers allemaal op hun eigen niveau succeservaringen hebben m.b.t. bewegen. Met deze materialen kunnen vele spellen worden aangeboden om kinderen iedere les een nieuw aanbod te geven en plezier te laten beleven.

Er zijn zoveel materialen nodig om dat te kunnen bieden. Want wanneer een les niet leuk is, is het de volgende keer een nieuw aanbod en vinden ze het wellicht wel leuk! Variatie en differentiatie zijn erg belangrijk!

Voor de gesprekken bij de professionals is een geschikte ruimte nodig (afgescheiden ruimte met voldoende daglicht waarbij in een ontspannen sfeer gesprekken gevoerd kunnen worden). Er is voor het uitvoeren van de fysieke meting een loopband nodig, bijvoorbeeld in de praktijk van de kinderfysiotherapeut. Verder is er een ruimte nodig waar de groepslessen van de orthopedagoog gegeven kunnen worden, dit zal in de sporthal kunnen of in een (grote) gespreksruimte.

Een samenwerkingsverband van een kinderarts, huisarts, fysiotherapiepraktijk met kinderfysiotherapeut met beschikking over een sporthal met bovenstaande beschreven materialen (kan veelal via gemeente gehuurd worden), diëtiste en orthopedagoog generalist of GZ psycholoog is een vereiste voor uitvoering van de interventie. Er zal 1 centrale zorgverlener aangewezen worden die als aanspreekpunt voor kind, ouders en overige professionals in zowel 1e, 2e, (3e) lijn als in het sociale domein fungeert. De interventie kan daardoor uitgevoerd worden door organisaties in de 1e lijn die deel uitmaken van een dergelijk samenwerkingsverband.

Wat prettig werkt is er 1 a 2 projectleiders zijn die het overzicht hebben over zowel de organisatie als de deelnemers. De coördinatie van de deelnemers is erg belangrijk en is daarmee gewaarborgd. Er is daarmee 1 aanspreekpunt voor de deelnemers en 1 aanspreekpunt voor de professionals.

Er is een protocol aanwezig voor de implementatie en uitvoering, deze is toegevoegd.

In het protocol staat beschreven wat de interventie inhoudt. Er wordt per onderdeel uitgelegd hoe het er inhoudelijk uit ziet. Van aanmelding tot afsluiten staan de stappen beschreven voor de uitvoerders.

In de opstartfase zal de interventie-eigenaar één uur per week beschikbaar zijn voor vragen. Dit kan worden uitgebreid in overleg.

Zoals eerder vermeld vindt er een introductiemiddag voor alle uitvoerders plaats. Hierin wordt het gehele programma besproken en uitgelegd hoe de interventie elders is opgezet en uitgevoerd wordt. De benodigde materialen worden op die middag uitgedeeld. Ook vindt er dan training plaats op het gebied van het interpreteren van de vragenlijsten en afnemen van de fysieke testen.

Om de kwaliteit van Kids in Action te waarborgen, is de noodzaak om de methodieken beschreven in het protocol te hanteren. In de tabel hieronder staat een planning van de opstartfase beschreven.

(Zie tabel in het werkblad.) 

Werving

  • Brief huisarts. Deze brieven zijn bedoeld om huisartsen op de hoogte te brengen van het project zodat de huisarts weet wat het project inhoudt en weet waar hij de deelnemers naar toe kan verwijzen.
  • Posters. Deze posters zijn ter promotie van het project. Deze hangen bijvoorbeeld in de wachtkamer bij de huisarts/ openbare gelegenheden/ scholen.
  • Folders Deze folder krijgen de deelnemers van de kinderarts mee. Hierin staat alle informatie over het project.
  • Website: https://www.bc-winschoten.nl/project/kids-in-action/ Hier staat informatie voor de deelnemers en de verzorgers over het programma.

Uitvoering

  • Protocol Kids In Action. Voor de uitvoering van het project is een protocol voor alle uitvoerders aanwezig.
  • Testmaterialen; Voor het uitvoeren van de fysieke testen is een testformulier gemaakt. Hierin kunnen de uitslagen overzichtelijk worden genoteerd.

Evaluatie

  • Voor de evaluatie van het programma is een vragenlijst aanwezig waarin kinderen en ouders hun mening kunnen geven over het programma aan het einde van het traject.

Belangrijke documenten

Uitgebreide beschrijving (pdf)

Contactpersonen


Beoordeling / erkenning

  • Goed onderbouwd
Dit is een erkende interventie