Spring naar content
Naar alle interventies

nijntje Beweegdiploma

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier, bewegen is van fundamenteel belang voor een goede ontwikkeling. Via het nijntje Beweegdiploma krijgt het kind alle ruimte om zichzelf zo optimaal mogelijk te ontwikkelen.

De grootste motorische ontwikkeling vindt in de eerste levensjaren plaats. Als je vanaf 2 jaar veel en gevarieerd beweegt, leer je hoe je je lichaam moet gebruiken en ontwikkel je de belangrijkste spiergroepen. Die spieren komen op latere leeftijd heel goed van pas. Zo is het in de toekomst makkelijker om bewegingen sneller en beter uit te voeren. Vroegtijdig goed leren bewegen heeft ook invloed op het opnemen, begrijpen en verwerken van kennis. Kinderen die op jonge leeftijd op een leuke manier voldoende beweging krijgen aangeboden, hebben meer kans om gezond en evenwichtig op te groeien. De KNGU biedt lokale aanbieders die bij willen dragen aan de motorische ontwikkeling van kinderen het nijntje Beweegdiploma: een veilig en verantwoord lesprogramma.

 

 

Het Beweegdiploma speelt in op de terugloop van de motorische ontwikkeling van kinderen. In recent onderzoek naar motorische fitheid, wordt duidelijk dat basisschoolkinderen (10-12) van nu op verschillende motorische testen (kracht, snelheid/wendbaarheid, lenigheid en coördinatie) tussen de 56% en 67% slechter scoren dan het gemiddelde van 1980 (Collard et al., 2014). 5 tot 10% van de Nederlandse kinderen van 4 tot en met 10 jaar heeft een motorische achterstand. In lage SES wijken ligt dit percentage nog hoger (Timmermans, 2010). Belangrijk is om al op vroege leeftijd motorische vaardigheden aan te leren, want na het zevende jaar is een achterstand véél lastiger in te halen (Bailey, 2017). Daarom is het voorkomen van een achterstand beter dan het inhalen daarvan op latere leeftijd.

Het nijntje Beweegdiploma richt zich op kinderen in de leeftijd van 2 t/m 6 jaar.

De motorische ontwikkeling bij een kind op jonge leeftijd gaat zo snel dat een gedifferentieerd aanbod van belang is. De belevingswereld van deze doelgroep verandert eveneens heel snel. We stemmen daarom ons aanbod af op kinderen in de leeftijd van 2 en 3 jaar en kinderen in de leeftijd van 4 t/m 6 jaar.

Tot slot is de invloed van ouders kenmerkend aan deze doelgroep. De ouders hebben de sleutel in handen als het gaat om de motorische ontwikkeling van het kind. Deelname aan het Beweegdiploma en mogelijk vervolg sportaanbod of zorgtraject wordt bepaald door de ouder. De ouder zal dan ook nauw betrokken worden bij dit project.

 

De volgende intermediaire doelgroepen zijn actief om het hoofddoel en de subdoelen te bereiken:

  • Trainer/lesgever (te weten; technisch kader van de sport/gymclub, pedagogisch medewerker van de kinderopvang, leider van de peuterspeelzaal of leerkracht van de basisschool) die de lessenseries verzorgt.

Hoofddoel

Kinderen ontwikkelen zich van nature, zonder expliciete oefening gaan ook hun motorische vaardigheden in een paar maanden tijd vooruit. Dankzij het nijntje Beweegdiploma maken kinderen een grotere ontwikkeling door dan je normaal gesproken zou verwachten.

De diploma eisen voor beweegdiploma 1 en 2 zijn als bijlage toegevoegd; deze eisen zijn te verdelen over 7 bewegingskenmerken die in het programma aan bod komen:

  • Koppelingsvermogen (bv. een bal vangen en weer gooien)

  • Differentiatievermogen (bv. een liedje zingen en tegelijk klappen)

  • Reactievermogen (reageren op visuele, auditieve en/of lijfelijke spelcommando’s)

  • Bewegingsritme (bv hinkelen/huppelen)

  • Oriëntatievermogen (o.a. door klimmen/klauteren)

  • Aanpassingsvermogen (o.a. rollen en stoppen)

  • Evenwichtsvermogen (bv. hoogspringen/schommelen)

Subdoel

De KNGU heeft daarnaast een why, how en what beschreven waarin de stip op de horizon wordt geschetst:

 

What: Faciliteren van een verantwoord en compleet beweegprogramma voor kinderen tot en met 6 jaar, waarbij plezier de kernwaarde is.

How: Ontwikkelen van een wetenschappelijk onderbouwd beweegprogramma welke aansluit op landelijke leerlijnen en waarbij het kind en het plezier in bewegen centraal staan.

Why: Opvoeder bewust maken van het belang van bewegen zodat zij hun kind hierin optimaal gaan stimuleren.

Deze stip op de horizon is de leidraad voor de KNGU waar de doorontwikkeling van het programma altijd aan getoetst zal worden.

Subdoelen:

Einddoelgroep:

  • Tenminste 90% van de deelnemende kinderen ervaart plezier in bewegen tijdens het programma.

  • Kinderen ervaren zelfvertrouwen in bewegen tijdens het programma.

  • Kinderen gaan meer vooruit op hun motorische vaardigheden dan je ten opzichte van hun leeftijd zou mogen verwachten. We nemen het grootste verschil waar bij kinderen die met een achterstand aan het programma beginnen. Het nijntje Beweegdiploma wordt uitgereikt aan ieder kind dat aan alle voorwaarden voldoet. Zie voor de eisen van het Beweegdiploma de bijlage.

Intermediaire doelgroep:

  • Trainers/lesgevers zijn door de KNGU opgeleid/bijgeschoold en weten hoe ze jonge kinderen kunnen stimuleren in de motorische ontwikkeling;

Bijvangst:

  • Door het ontwikkelen van goede motorische basisvaardigheden, wordt het risico op overgewicht verkleind.

Opzet van de interventie

zie tabel in het werkblad

Locaties en Uitvoering

Het Beweegdiploma kan uitgevoerd worden door keurmerkhouders. De volgende instanties kunnen een keurmerk aanvragen:

  • KNGU gymclub (Beweegdiploma 1 en 2).

  • Sportclub, met geïntegreerd peuter- en kleuteraanbod binnen de club (Beweegdiploma 1 en 2).

  • Kinderopvang, peuterspeelzaal (Beweegdiploma 1).

  • Basisschool, brede school, buitenschoolse opvang (Beweegdiploma 2).

  • Zelfstandig ondernemer.

Deze organisaties dienen samen te werken, of de intentie te hebben om samenwerking aan te gaan, met de partijen zoals benoemd onder kwaliteitsbewaking (voorwaarde keurmerk).

 

De KNGU biedt hulp en ondersteuning bij het lokaal implementeren van het nijntje Beweegdiploma door de bijscholing aan te bieden. Daarnaast is de KNGU via beweegdiploma@kngu.nl of via de telefoon altijd te benaderen voor vragen.

De KNGU heeft tevens (voor aangesloten clubs gratis) accountmanagers op regionaal niveau in dienst welke deze trajecten graag ondersteunen.

Optie om het nijntje Beweegdiploma in een gemeente of wijk uit te zetten is door de inzet van een beweegcoach (buurtsportcoach of combinatiefunctionaris) overzichtelijk en haalbaar. Hij/zij kan het nijntje Beweegdiploma gemeente breed in voeren bij clubs, onderwijs en kinderopvang. Door gebruik te maken van de buurtsportcoach is eveneens cofinanciering vanuit het Rijk mogelijk. De KNGU heeft hiervoor een implementatieplan beschikbaar.

 

Om met het nijntje Beweegdiploma aan de slag te mogen gaan is een keurmerk nijntje Beweegdiploma noodzakelijk. Alle informatie over het nijntje Beweegdiploma en de voorwaarden voor het keurmerk staan in een document wat te downloaden is via:

http://www. beweegdiploma.nl

 

Lokale aanbieders met het keurmerk Beweegdiploma ontvangen vervolgens:

  • Het keurmerk Beweegdiploma digitaal voor op hun website en voor alle schriftelijke communicatie uitingen.

  • Een bordje(s) van het Keurmerk om op te hangen op de locatie waar de lessen Beweegdiploma plaatsvinden.

  • De lessenseries bijbehorende bij het Beweegdiploma: Beweegdiploma 1= 15 lessen. Beweegdiploma 2: 20 lessen (voor trainers) .

Digitale toolkit Beweegdiploma van de KNGU (voor de lokale aanbieder/trainer).Hierin zit het volgende:

  • Een handleiding: aanvragen diploma’s aan te vragen (moeten digitaal worden aangevraagd).

  • Een handleiding: organisatie activiteit diploma uitreiking.

  • Kaarten uitgangspunten toets Beweegdiploma.

  • Scorelijsten.

  • Criteria beweegnormen behorende bij het Beweegdiploma 1 en 2.

  • Een format wervingsflyer, geschreven voor ouders.

  • Een format van een poster Beweegdiploma.

  • Een voorbeeld persbericht.

  • Een voorbeeld brief uitnodigen ouders voor Beweegdiploma activiteit.

  • Een voorbeeld brief voor ouders over het belang van vervolgaanbod voor de kinderen.

Materialen op locatie (voor de uitvoering van de lessen)

Om met het Beweegdiploma aan de slag te gaan dient op de locatie basismateriaal aanwezig te zijn (zie handleiding materialenlijst). Een gymzaal met basisuitrusting van toestellen voldoet aan de basisvoorwaarden met betrekking tot de ‘grote’ materialen.

Bij locaties waar niet al het grote materiaal aanwezig is zal de trainer/leidster alternatieven moeten bedenken om het beweegthema waarin dit materiaal gebruikt wordt aan te passen met ‘ander’ aanwezig materiaal. In de bijscholing nijntje Beweegdiploma worden voldoende alternatieven aangereikt.

 

Belangrijke documenten

Uitgebreide beschrijving (pdf)

Organisatie

Contactpersonen


Beoordeling / erkenning

  • Goed onderbouwd
Dit is een erkende interventie