Spring naar content
Naar alle interventies

Sportbouwer

Sportbouwer richt zich op het leren van sportvaardigheden en bestaat o.a. uit een app met instructievideo’s, sportkaarten met aanwijzingen en een coachhandleiding.

Alle 20 sportvaardigheden zijn opgedeeld in acht stappen. De bewegingssituatie wordt zo ingericht dat deze leidt tot succes. Kinderen doen zo steeds kleine succeservaringen op, waardoor ze gemotiveerd blijven om te oefenen. Dit noemen we foutloos leren/stapsgewijs leren. Wordt een stap beheerst, volgt de volgende stap. Van alle stappen per sportvaardigheid zijn voorbeeldfilmpjes beschikbaar in de app. Het instapniveau wordt bepaald door hoe goed een kind al is. Dit kan stap één zijn, maar ook stap drie. Ook het eindniveau kan per kind verschillen. Er wordt gewerkt in blokken van 4 weken. Per blok kiest het kind 2 sporten uit om te leren.

Kinderen worden actief betrokken bij het leerproces. Naast het kiezen van eigen sportvaardigheden, stellen kinderen leerdoelen, denken ze na over hoe vaak en wanneer ze willen oefenen (planning maken) en monitoren en reflecteren ze het leerproces m.b.v. een zelfsturingcyclus.

Sport en bewegen is van belang voor de ontwikkeling van kinderen. Dat geldt ook voor kinderen met Development Coordination Disorder, oftewel kinderen die problemen ervaren bij het uitvoeren van motorische vaardigheden zoals voetballen, fietsen, rennen en klimmen. Deze groep is minder vaak lichamelijk actief zowel in georganiseerde sport als in de vrije tijd, zo blijkt uit eerder onderzoek (Cairney et al., 2010). Juist voor deze kinderen is het zo belangrijk dat ze buiten spelen en lichamelijk actief zijn, want tijdens het spelen ontwikkelen ze hun fundamentele motorische vaardigheden. In de praktijk blijkt dat deze kinderen minder meedoen met sport- en spelactiviteiten op het schoolplein, tijdens het bewegingsonderwijs en op het sportveld in de buurt. Niet meedoen, betekent dat ze hun motorische vaardigheden veel trager ontwikkelen dan leeftijdsgenootjes die wel meedoen.

Door hun beperkte motorische vaardigheden doen ze bovendien tijdens het sporten en op het speelplein onvoldoende succeservaringen op, hetgeen leidt tot verminderde motivatie voor deelname aan de sport- en bewegingscultuur. Uiteindelijk sporten deze kinderen helemaal niet meer en dreigt overgewicht en andere gezondheidsklachten (Van den Hurk et al., 2007). Bovendien raken deze kinderen door een verminderd zelfvertrouwen (Tremblay, et al., 2000) en verminderde sportmogelijkheden sneller in een sociaal-isolement (Bouffard, et al.,1996; Wall, 2004). Deze combinatie van motorische, sociale en cognitieve factoren maakt de kinderen met DCD een risicogroep voor een ongezonde leefstijl en maatschappelijke isolatie. Het is dan ook essentieel om deze vaardigheden bij kinderen met DCD te vergroten.

Jongeren met DCD willen graag meer sporten (Adams et al., 2016), maar hebben specifieke ‘eisen’ ten aanzien van het type sport: wel samen met anderen, maar het liefst niet in een competitieve setting. Deze wens voor meer sportparticipatie wordt bevestigd in een gesprek (persoonlijke communicatie) met de belangenvereniging ‘Balans’. Bovenstaande geeft belangrijke aanknopingspunten voor de inrichting van een passend sportklimaat voor deze groep kinderen.

Kinderen met DCD hebben behoefte aan minder verbale instructie en meer visuele impliciete instructie (Steenbergen et al., 2010). Dit omdat de meer impliciete manier van instrueren veel minder het werkgeheugen van deze kinderen belast. Impliciet leren richt zich meer op het resultaat van de beweging, zonder gebruik te maken van expliciete kennis over de beweging. Het gebruik van visuele instructie aan de hand van voorbeeldvideo’s in een app is nog niet ontwikkeld. Bovendien sluit het gebruik van een app aan bij de belevingswereld en natuurlijke motivatie van kinderen en zal dit een waardevolle aanvulling zijn op de reeds bestaande methoden.

Zelfregulatie valt te omschrijven als het proces van komen tot een doel en kijken of deze doelstelling ook behaald. Hiervoor zijn een aantal metacognitieve processen nodig zoals plannen, doelen stellen, organiseren, zelf-monitoren en zelfevaluatie. Zelfregulatie is essentieel in het transfereren van aangeleerde vaardigheden naar andere situaties en het zelfstandig verwerven van nieuwe vaardigheden. Uit onderzoek blijkt dat minder zelfregulerend vermogen kan leiden tot minder goede resultaten op sportgebied en zelfs op school (Blair & Diamond, 2008). Hieruit blijkt dat zelfregulatie van belang is voor kinderen met DCD om de fysieke, cognitieve en gezondheid uitdagingen van het leven aan te gaan (Huber et al., 2013).

Sportbouwer richt zich op kinderen in de leeftijd van zes tot twaalf jaar met een motorische ontwikkelingsachterstand, met specifieke aandacht voor kinderen met Developmental Coordination Disorder (DCD), een coördinatie- ontwikkelingsstoornis. Kinderen met DCD hebben een achterstand in de ontwikkeling van motorische vaardigheden en moeite met het coördineren van bewegingen, waardoor ze alledaagse taken minder makkelijk uit kunnen voeren dan leeftijdsgenoten.

Inclusiecriteria voor DCD zijn: 

  • beneden gemiddelde motorische score (=16e percentiel) op de Movement Assessment Battery for Childeren – 2 (MABC-2)
  • of een beneden gemiddelde componentscore (=16e percentiel) op onderdeel evenwicht of mikken/vangen van de MABC-2
  • geen zintuiglijke en/of neurologische aandoening
  • IQ = 70

Lang niet alle kinderen met motorische achterstanden hebben een officiële diagnose DCD, maar kampen wel met dezelfde problematiek en vertonen dezelfde kenmerken. Ook deze groep kinderen behoort tot de uiteindelijke doelgroep. Zie meer informatie onder selectie doelgroep.

De interventie Sportbouwer kent de volgende intermediaire doelgroepen:

  1. Docenten bewegingsonderwijs met aantekening MRT (motorisch remedial teaching). Docenten bewegingsonderwijs/ mrt-ers kunnen de interventie Sportbouwer (methode, leskaarten en app) gebruiken voor de begeleiding van kinderen met DCD (of motorische ontwikkelingsachterstanden zonder officiële diagnose DCD) tijdens de reguliere lessen bewegingsonderwijs of tijdens de extra ondersteuningsuren zoals MRT lessen.
  2. Kinderfysiotherapeuten: Ook kinderfysiotherapeuten kunnen bij de begeleiding van kinderen met DCD/motorische achterstanden Sportbouwer inzetten.
  3. Ouders/verzorgers. Ouders spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van het leerproces van het kind. Zij kunnen de app Sportbouwer en/of het werkboek gebruiken voor de begeleiding van de activiteiten buiten de begeleidingslessen.

Hoofddoel

Het verbeteren van: 1) de motorische vaardigheden (sportvaardigheden), 2) het zelfregulerend leren (zelfregulerend leren omvat metacognitieve processen zoals plannen, doelen stellen, organiseren, zelf-monitoren en zelfevaluatie) en 3) de motorische competentie, van kinderen met een motorische ontwikkelingsachterstand en/of kinderen met DCD en daarmee hun sportdeelname te stimuleren.

Subdoel

Kinderen:

Na het volgen van Sportbouwer zijn:

  1. Kinderen motorische vaardiger op de door hun gekozen sporten: concreet betekent dit dat na een blok van 4 weken kinderen minimaal 3 stappen vooruit zijn gegaan op de gekozen sport (en). De vorderingen van de kinderen worden bij gehouden in de app of in het werkboek. Het beginniveau en het eindniveau worden vastgelegd. Op basis hiervan kan vastgesteld worden hoeveel stappen kinderen vooruit zijn gegaan.
  2. 70% van de kinderen geeft aan na Sportbouwer meer te zijn gaan sporten, bewegen en spelen in de vrije tijd1.
  3. Kinderen oefenen 4 keer per week de door hun gekozen sportvaardigheden op school of thuis2.
  4. 90% kinderen ervaart plezier tijdens de activiteiten2.
  5. 90% van de kinderen ervaart succes tijdens de activiteiten2.
  6. 90% van de kinderen voelen zich motorisch competenter. Dit wordt gemeten aan de hand van de Hoe ik vind dat ik het doe? vragenlijst (De Kloet et al., 2007)
  7. 90% van de kinderen geeft aan de zelfsturingscyclus te kunnen toepassen en hierdoor meer eigen regie over het leerproces te hebben1.

1 Subdoel 2 en 7 worden in kaart gebracht door achteraf een kort interview bij de kinderen af te nemen.

2 Subdoel 3,4 en 5 worden tijdens de wekelijkse lessen in kaart gebracht door registratie in de app en/of in het werkboek. Na elke les geven de kinderen een waardering met behulp van een smileymeter over hoe het oefenen ging en of ze plezier ervaren hebben tijdens het oefenen. Tevens vullen de kinderen in hoe vaak er geoefend is.

Docenten

Na het volgen van de cursusmodules Sportbouwer geeft:

  • 80% van de begeleiders (docenten bewegingsonderwijs/mrt-er/kinderfysiotherapeuten) aan kennis en vaardigheden op het gebied van motorisch leren, taakgericht leren en zelfsturing van het leerproces te hebben ontwikkeld.
  • 80% van de begeleiders aan zelfstandig Sportbouwer te kunnen inzetten voor de ontwikkeling van de motorische vaardigheden van kinderen.
  • 80% van de begeleiders aan de zelfsturingscyclus toe te kunnen passen in de lessen.

Bovenstaande punten worden vastgesteld met behulp van het evaluatieformulier na afloop van de cursus.

Ouders/verzorgers

  • 80% van de ouders/verzorgers heeft de introductieles bijgewoond, waarin de app Sportbouwer en het gebruik van het werkboek toegelicht zijn.

Opzet van de interventie

De interventie Sportbouwer is een aanpak die zich richt op het leren van sportvaardigheden bestaande uit een app met videobeelden van de verschillende stappen per sportvaardigheid en sportkaarten met aanwijzingen om de sporten te leren. Om de sportvaardigheden te leren wordt er gewerkt in blokken van 4 weken. Per blok kan een kind kiezen welke 2 sportvaardigheden hij/zij wil gaan leren, waarbij 2 sporten een advies is en geen norm. Na een blok worden er weer nieuwe sportvaardigheden gekozen. Bij voorkeur duurt een les 45-60 minuten, waarbij  naast het oefenen van de sportvaardigheden een kort introductiespel en eindspel gespeeld kunnen worden. Naast de wekelijkse les, oefent het kind thuis de sporten. De interventie Sportbouwer kan zowel individueel als in groepen ingezet worden. De groepsgrootte kan variëren. Aanbevolen wordt een maximale groepsgrootte te hanteren van 6-8 kinderen om kinderen voldoende te kunnen coachen in het doorlopen van de zelfsturingscyclus. Dit is o.a. afhankelijk van de ervaring van de begeleider hierin.

Start

  • Kinderen worden geselecteerd en uitgenodigd door de docent bewegingsonderwijs/mrt-er voor mogelijke deelname aan het traject Sportbouwer.
  • Docenten kunnen voorafgaand de cursusmodules Sportbouwer volgen. Dit wordt sterk aanbevolen.

Uitvoering

  • De docent begeleidt de kinderen tijdens de lessen.
  • Duur van de interventie. Aanbevolen periode is 12 weken. Echter, omdat er gewerkt wordt in blokken van 4 weken kan de duur per situatie aangepast worden. Op basis van de evaluatiestudies wordt 12 weken aanbevolen als een ideale periode om Sportbouwer in te zetten bij kinderen van 6-12 jaar.
  • De docent heeft aandacht voor de betrokkenheid van de ouders (uitnodigen ouders voor de eerste les).
  • Ouders kunnen de ontwikkeling van hun kind volgen in de app en/of werkboek.

Nazorg

  • Docenten hebben aandacht voor een mogelijke sportkeuze van de kinderen.
  • De app Sportbouwer met instructiefilmpjes blijft beschikbaar om andere sporten uit te proberen.

Locaties en Uitvoering

Locatie:

  • Basisschool (regulier (BO)/ speciaal basisonderwijs SBO) en het speciaal onderwijs (SO)
  • Sportlocatie voor MRT (motorisch remedial teaching) groepen
  • Kinderfysiotherapiepraktijk 

Sport- en spelmaterialen voor de verschillende activiteiten. Op de sportkaart is aangegeven welk materiaal nodig is voor de uitvoering van de sportactiviteit.

Uitvoerder:

  • Vakdocent bewegingsonderwijs met ervaring met kinderen met motorische ontwikkelingsachterstanden
  • Begeleider/ trainer MRT
  • Kinderfysiotherapeut

Voor het invoeren van de Sportbouwer worden de volgende stappen doorlopen:

1. draagkracht genereren/vergroten/bestendigen voor de interventie middels workshops, publicaties ed.

2. trainen van de MRT-docenten door een 2-tal workshops

3. uitvoeren van de aanpak op een school bij een beperkte groep met mogelijkheid tot intervisie vanuit de Hogeschool

4. evaluatie en bijstelling van de interventie op basis van ervaringen uit de praktijk.

5. uitvoeren van sportbouwer met betrokkenheid van leerkrachten en ouders: laten zien welke rol zij kunnen hebben en wat zij kunnen betekenen.

Verder vormt Sportbouwer inmiddels een vast onderdeel van de vrije ruimte module MRT en van de nascholingsmodule tbv de opleiding voor Motorische Remedial Teacher. Er is een scholingspakket bestaande uit de coachhandleiding, de sportkaarten, de app, de leerlingenboekjes en de workshops/bijeenkomsten (5 modules in totaal). De kennisoverdracht heeft plaatsgevonden door een symposium, vrij verkrijgbare app, diverse workshops en lezingen op o.a. Dag voor Sportonderzoek en KVLO-dagen. Daarnaast zijn er drie artikelen gepubliceerd op de website Allesoversport.nl en wordt de ontwikkeling meegenomen in het te ontwikkelen landelijk manifest over DCD. Tot slot is er een werkgroep opgericht om de aanpakken voor de DCD kinderen gezamenlijk verder te ontwikkelen met de Radboud universiteit. 

Videobeelden en app

Van alle acht stappen per sportvaardigheid zijn voorbeeldfilmpjes gemaakt die dienen als instructie. Naast de videobeelden is de app Sportbouwer ontwikkeld. In de app kunnen alle voorbeeldfilmpjes bekeken worden. Tevens is de zelfsturingcyclus (figuur 2) verwerkt in de app, zodat er aan de hand van deze cyclus gewerkt kan worden.

Coachhandleiding

Voor docenten/kinderfysiotherapeuten is een coachhandleiding opgesteld. Hierin staat beschreven wat de theoretische uitgangspunten zijn en hoe je er in de praktijk mee aan de slag kan.

Sportkaarten

Dit zijn hulpkaarten die gebruikt kunnen worden als extra ondersteuning tijdens het leerproces. Hierop staan de stappen van de sportvaardigheden en vragen over hoe kinderen de oefening moeilijker of makkelijker kunnen maken.

Werkboek en planbord

Om docenten en kinderen te ondersteunen bij het doorlopen van de zelfsturingcyclus is een werkboek en planbord ontwikkeld. In het werkboek kan per les bijgehouden worden wat het leerdoel (stap) is van deze week en wat het einddoel is (eindstap). Daarnaast kan aangegeven worden hoe het oefenen ging en of kinderen het leuk vonden om te oefenen. Op het planbord kan hetzelfde aangegeven worden, maar dan met magneetjes.

Flyer

De flyer kan gebruikt worden om ouders te informeren over Sportbouwer en kinderen te werven voor deelname.

Belangrijke documenten

Organisatie

Contactpersonen

Beoordeling / erkenning

  • Goed beschreven
Dit is een erkende interventie