Spring naar content
Terug naar de kennisbank

Gedrag van trainer/coach is bepalend voor ontwikkeling van jeugdsporters (2014)

Onderzoek Trainer-kind INterACTIE samengevat

In het sportseizoen 2012/2013 zijn 37 jeugdtrainers en hun sportgroepen gevolgd via onder meer opnames, observaties, interviews en vragenlijsten. Deze gegevens zijn verzameld door 37 vierdejaars hbo-studenten van drie verschillende hogescholen die centraal werden aangestuurd. Dit leverde veel kwalitatieve informatie op over hoe trainer/coaches een sportklimaat realiseren, dat gericht is op de ontwikkeling van kinderen.

Diepgang en complexiteit niet onderschatten

De manier waarop trainers omgaan met hun jeugdsporters is zeer divers en hangt af van veel verschillende factoren. Hoe het gedrag van trainers uitwerkt op een kind hangt samen met specifieke kenmerken van dat kind (bijvoorbeeld leeftijd, geslacht, zelfvertrouwen), van de trainer (bijvoorbeeld trainerservaring, persoonlijkheid) en van de context op het specifieke sportmoment (bijvoorbeeld training/wedstrijd, prestatief/ recreatief). Er is geen blauwdruk voor alle trainers, zodat ze op eenzelfde manier kunnen functioneren voor optimaal effect op de ontwikkeling van jeugdsporters. Trainers vertonen allerlei vormen van gedrag en proberen telkens de balans te bewaken tussen bijvoorbeeld focus op plezier ten opzichte van leren en tussen vasthouden aan structuur ten opzichte van regie uit handen geven aan de jeugdsporters zelf. De diepgang en complexiteit van de manier waarop trainers omgaan met hun jeugdsporters is dus niet te onderschatten. Jeugdtrainers verdienen dan ook optimale ondersteuning om die interactie met kinderen bij sportdeelname goed in te vullen.

Zes cruciale mechanismen/ succesfactoren

Het lijkt van belang dat jeugdtrainers zich bewust zijn van zes mechanismen bij sportdeelname om passend bij de specifieke situatie bijvoorbeeld complimenten te geven, aanwijzingen te geven, gedrag te corrigeren of vragen te stellen.

  1. focus op plezier en leren;
  2. leren via competentiebeleving, zelfvertrouwen en inzet; 
  3. aanleren van sportieve vaardigheden; 
  4. inzet en structuur als voorwaarden; 
  5. regie bij de jeugdsporter zelf;
  6. sociaal groepsklimaat voor ontwikkeling van alle jeugdsporters.

Relatief positief: aanmoedigen en sfeer

De jeugdtrainers worden positief gewaardeerd als het gaat om het aanmoedigen van de jeugdsporters. Dit lijkt te maken te hebben met een hoge mate van betrokkenheid en fanatisme (vooral bij wedstrijden). Daarnaast wordt ook de sfeer in het algemeen positief gewaardeerd, hoewel verschillende trainers het houden van orde en het bevorderen van een sociaal groepsklimaat ook wel lastig vinden.

Relatief negatief: vragen stellen

Verschillende jeugdtrainers vinden het lastig om de dialoog aan te gaan met hun jeugdsporters en om vragen te stellen over specifieke sportsituaties of algemenere ontwikkeldoelen. Soms zorgt ook het fanatisme van de trainers ervoor dat ze de jeugdsporters toch niet zelf aan het woord laten of de kans bieden zelf uit te vinden wat niet goed ging en beter kan. Voor optimaal plezier en leerrendement bij jeugdsporters lijkt het wenselijk dat jeugdtrainers leren om op gezette momenten dialoog met de jeugdsporters aangaan en vooral vragen te stellen.

Het gehele onderzoeksrapport:

Trainer-kind INterACTIE

Literatuurverwijzing: Hilhorst, J., Steenbergen, J., Schipper-van Veldhoven, N.H.M.J., Jacobs, F.M., Theeboom, M., & Kennispraktijk - voor sport, onderwijs & gezondheid (2014). Gedrag van trainer/coach is bepalend voor ontwikkeling van jeugdsporters: Onderzoek Trainer-kind INterACTIE samengevat.

Omschrijving